Uitleg nieuwspagina

Op deze pagina vindt u alle berichten van ChristenUnie Amsterdam, behalve agenda/aankondigingen. Dit zijn dus niet alleen de nieuwsberichten zoals ze op de voorpagina getoond worden, maar ook berichten van de stadsdeelpagina's en weblogs.

 

Oudere berichten kunt u vinden via de koppeling onderaan deze pagina naar het nieuwsarchief. Dat is geordend op maand en jaar. Als u een bericht zoekt waarvan u de maand niet weet kunt u ook gebruik maken van de zoekfunctie rechtsbovenaan op deze website.

 

Om naar de voorpagina te gaan: klik op 'start' of op 'ChristenUnie Amsterdam'.


Amsterdam_610x192
     

U bent hier:
ChristenUnie Amsterdam
Nieuwjaarsspeech lijsttrekker

Nieuwjaarsspeech lijsttrekker

Amsterdam vogelvluchtmaandag 25 januari 2010 01:30 Vrijdag luidde de ChristenUnie verlaat het nieuwe jaar in, en werd de aftrap van de verkiezingscampagne gegeven. Lijsttrekker Hugo Scherff speechte. Hij sprak over koopzondagen, stelde het fundamentalisme bij andere partijen aan de kaak, en liet zien waarom de ChristenUnie een waardevolle toevoeging is aan de Amsterdamse gemeenteraad. Hieronder vindt u de tekst van de toespraak.

Beste mensen,

In Amsterdam wordt de komst van de ChristenUnie door veel mensen met argusogen bekeken. Wat heeft zo’n partij te zoeken in een stad die zichzelf heeft losgeweekt van de christelijke wortels? Er zijn (echt waar) mensen die bang zijn voor de ChristenUnie. Dat is toegenomen sinds de deelname van de ChristenUnie aan het kabinet. Bij een deel van de Nederlanders leeft het sentiment dat iedereen nu moet buigen voor de achterhaalde ideeën van een slinkend volksdeel. Dat komt bijvoorbeeld sterk naar voren in de beladen discussie over koopzondagen. Zo las ik op weblog Geenstijl over het voornemen van het kabinet het koopzondagenregime aan te scherpen ‘Vandaag bepaalt De Kerk dat de hardwerkende Nederlander op zondag geen boodschappen meer mag doen. Vandaag bepaalt vier procent van Nederland dat we met z’n allen op zondag thuis moeten ganzenborden en sjoelen.’ En ook ‘Niemand mag op zondag werken omdat André Rouvoet op die dag met een vroom gezicht in de kerk wil zitten.’

Nu zit ook ik op zondag inderdaad graag met een vroom gezicht in de kerk, maar daar gaat het natuurlijk niet om. Ook niet in de discussie die zometeen gevoerd zal worden over het voorstel van wethouder Asscher om van iedere zondag in elk stadsdeel een koopzondag te maken. Waar het ons om gaat, is dat wij denken dat een rustdag goed is voor de Amsterdamse economie, de Amsterdamse samenleving, en de Amsterdamse mensen. Dat zijn veel mensen nog wel met ons eens, maar zij vinden dat iedereen zelf z’n eigen rustdag moet kunnen kiezen. Volgens mij kan dat niet: een rustdag is pas een echte rustdag als die collectief is. Want: wat blijft er voor rustdag over voor bewoners van de Dappermarkt, als die markt ook elke zondag gehouden wordt, en kramen om zes uur ’s ochtends worden opgebouwd, en de hele dag voor drukte zorgen? En wat blijft er voor rustdag over voor winkeliers die teveel omzet mislopen als concurrenten hun deuren openen, en daardoor ook gedwongen worden open te gaan? En wat blijft er voor rustdag over wanneer iedereen zelf z’n rustdag bepaalt, de één op dinsdag, de ander op donderdag, en weer een ander op zondag? Op welke dag kun je dan met je familie afspreken, wanneer moet de kerk z’n deuren openen, en wanneer krijg je nog je hele voetbalteam bij elkaar om een wedstrijd te spelen? Ik kom er graag voor uit dat ik het idee voor een wekelijkse rustdag uit de Bijbel haal, maar ik kan dat met puur zakelijke argumenten verdedigen.

Daar luisteren veel mensen alleen niet naar, en daarom komt al snel het prachtig klinkende woord ‘christenfundamentalisten’ naar boven. Nu is een fundamentalist volgens Van Dale een dogmatische volgeling van een doctrine. Volgens mij valt de Amsterdamse ChristenUnie daar niet onder, lees ons verkiezingsprogramma maar eens. Ik ken wel een paar échte fundamentalisten in de Amsterdamse politiek. Mensen die vasthouden aan een bepaald ideaal, zonder ook maar enigszins gevoelig te zijn voor tegenargumenten.

Zo is de Amsterdamse VVD duidelijk automobielfundamentalist. Even geleden maakte de Amsterdamse wethouder van verkeer Gerson bekend onderzoek te zullen doen naar het verlagen van de maximumsnelheid in grote delen van de stad naar dertig kilometer per uur. Dit om te kijken naar de effecten hiervan op het gebied van verkeersveiligheid, doorstroming en milieu. De plaatselijke VVD-afdeling schreeuwt echter meteen moord en brand, de autobezitter mag immers niets in de weg worden gelegd! Maar wat nou als uit het onderzoek blijkt dat de maatregel het aantal verkeersdoden zou halveren, de luchtkwaliteit verdubbelen en de doorstroming sterk verbeteren? Daar heeft de VVD echter geen boodschap aan: zij hebben als een klein kind de oren al dichtgestopt en hebben het oordeel al klaar zelfs voordat er gestárt is met het onderzoek.

Verder kennen we in Amsterdam de Noord-Zuidlijnfundamentalisten. Dat zijn mensen die vinden dat de lijn sowieso moet worden afgebouwd, maar ook de mensen die vinden dat de aanleg van de lijn hoe dan ook gestopt moet worden. Ook op dit punt is fundamentalisme een slechte raadgever. Ik vind dat we de afweging moeten blijven maken of doorgaan veilig is en loont. Het lijkt erop dat het nu verantwoord is te beginnen met boren. Maar als er nieuwe grote tegenvallers aan het licht komen, of, nog erger: als de binnenstad toch grote risico’s blijkt te lopen, moet het altijd een optie blijven de stekker eruit te trekken. In het ergste geval hebben we dan een lijn vanaf de Zuidas tot aan het centrum van Amsterdam, en een lijn uit Amsterdam-Noord die het Centraal Station en het ook het centrum bereikt.

Dan zijn er de legaliseringsfundamentalisten. Ook die wensen niet te luisteren naar tegenargumenten. GroenLinks Amsterdam wil bijvoorbeeld dat het paddoverbod (ingevoerd na de dood van een Franse toerist onder invloed van de paddestoelen) opgeheven wordt. Iedereen heeft immers ‘recht op zijn roes’? Dit terwijl zelfs de eigen wethouder Marijke Vos heeft verklaard dat het verbod een groot succes is: het aantal incidenten met paddo’s is met maar liefst tachtig procent afgenomen! Blijkbaar wil GroenLinks die incidenten weer terug. Of ze zijn gewoon fundamentalist.

Ja, GroenLinks gelooft bijna net zo heilig in legalisering als wij van de ChristenUnie in het evangelie. Maar niet alleen bij GroenLinks vinden we legaliseringsfundamentalisme. Toen Lodewijk Asscher deze week voorstelde de prostitutieleeftijd te verhogen naar 23 jaar, werd hij door veel mensen weggehoond met het bekende argument ‘als je dat doet, belanden veel vrouwen in de illegaliteit, en verlies je de controle’. Dat getuigt dus echt van levensgrote oogkleppen. Want heeft de legalisering van de prostitutie, dit jaar tien jaar geleden, gezorgd voor een gezonde sector? Nee, zo heeft ook burgemeester Cohen al toegegeven. Nog steeds barst het in die wereld van de criminaliteit, nog steeds is het aantal prostituees dat het werk onvrijwillig doet in de meerderheid, en nog steeds zijn de Wallen een plek waar je als het donker is beter niet kunt rondlopen. Vorig jaar werd hier de negentienjarige prostituee Berti vermoord, vlak nadat zij een kind had gekregen. Waarschijnlijk is zij al vóór haar achttiende uit Hongarije naar Nederland gehaald met de belofte van bergen geld. Vervolgens stond ze als achttienjarig meisje dag en nacht achter het raam. Dat moest wel, om haar pooier te kunnen betalen en de hoge huur van haar woning en haar raam. Tot vlak voor de geboorte van haar kind moest ze doorwerken, en na de bevalling moest ze snel weer terug aan het ‘werk’. En alles volkomen legaal. Op de moord na.

En bovendien: wat is dat voor een raar argument: ‘alles wat slecht is moeten we maar legaliseren, dan houden we er in ieder geval controle op?’ Als dat zo zou zijn, laten we dan ook meteen harddrugs legaliseren, laten we gemeentelijke pokertoernooien organiseren, laten we prostitutie onder de achttien mogelijk maken, laten we grote feesten voor tieners organiseren met veel alcohol… Slechte zaken moet je niet legaliseren of gedogen. Tegen slechte zaken moet je optreden!

Aan al dat fundamentalisme wil de ChristenUnie niet meedoen. Wij willen in de gemeenteraad op zoek gaan naar de beste oplossingen voor de grote uitdagingen waar Amsterdam voor staat. Dat betekent ook dat we luisteren naar wat anderen in te brengen hebben. Om te laten zien dat wij verder willen kijken dan onze neus lang is, zullen we in de aanloop naar de verkiezingen wekelijks een voorstel presenteren uit het verkiezingsprogramma van één van de andere partijen, waarvan wij denken dat het een goed idee is, en waar wij ons dan ook achter scharen.

Deze week beginnen we daarmee, en om te laten zien dat we hier ernst mee nemen, valt als eerste D66 de eer te beurt. D66, een partij die sinds de twee paarse kabinetten de haren bij veel christenen overeind doet staan. Veel mensen zullen zich nog herinneren hoe D66-minister Borst na het passeren van de euthanasie-wet op de dag na goede vrijdag spottend uitriep ‘Het is volbracht’. Dat sneed door de ziel. En nog altijd staat D66 op veel punten mijlenver bij de ChristenUnie vandaan. Maar betekent dat dat we het altijd maar principieel oneens moeten zijn met die partij? Natuurlijk niet. Het voorstel van D66 om de prijs van een sociale huurwoning meer afhankelijk te maken van de locatie, kan op onze steun rekenen. Het is raar dat een huis van dertig vierkante meter aan de Herengracht net zo duur is als een huis van dertig vierkante meter in Jipsingboertange. Maar niemand wil dat in de meer gewilde wijken alleen nog maar rijke mensen kunnen wonen. Daarom stelt D66 voor om wél die huurprijzen te laten stijgen op populaire lokaties, maar dat voor de lage inkomens te laten compenseren door een hogere huurtoeslag. Wanneer het inkomen van de huurder stijgt, moet de huurtoeslag afnemen, zodat uiteindelijk meer mensen een reële prijs betalen voor hun woning. Op die manier wordt het zogenaamde ‘scheefwonen’ voorkomen. Natuurlijk is hier de medewerking van Den Haag voor nodig, maar: een prima plan.

De beste ideeën komen natuurlijk bij de ChristenUnie zelf vandaan. Daarom doen we ook mee aan de verkiezingen. Omdat we denken echt iets te kunnen betekenen voor de stad. In de eerste plaats willen wij opkomen voor wie kwetsbaar is. Met verreweg de meeste Amsterdammers gaat het prima. Er zijn echter ook duizenden mensen die het verschrikkelijk moeilijk hebben. Verslaafden, daklozen, mensen die diep in de schulden zitten, kinderen die in zo’n achterstandssituatie zitten dat ze nauwelijks uitzicht hebben op een mooie toekomst. Voor die mensen willen wij ons inzetten. Een klein voorbeeld: in ons verkiezingsprogramma stellen wij voor dat er, net zoals er rechtswinkels zijn (laagdrempelige voorzieningen voor juridisch advies) ook budgetwinkels zouden moeten komen, waar mensen zomaar kunnen binnenstappen voor advies over budgetteren en schulden. Zo kunnen in een vroeg stadium veel problemen voorkomen worden. En het hoeft niet veel te kosten: de budgetwinkels zouden kunnen worden bemand door studenten, die op die manier studiepunten kunnen halen.

In de tweede plaats willen wij ervoor zorgen dat Amsterdam een wereldstad is waar iedereen zich thuis kan voelen. Amsterdam is wereldwijd een belangrijke speler op het gebied van economie, wetenschap sport en cultuur. Amsterdam is ook een stad waar mensen vanuit de hele wereld samenkomen. Een wereldstad dus. Maar de Amsterdammers moeten zich daar wel thuis kunnen blijven voelen. Dat heeft met vertrutting niks te maken, de stad moet gewoon veilig, verdraagzaam en schoon zijn. Opnieuw een klein voorbeeld: wij stellen voor dat in de Algemene Plaatselijke Verordening een verbod komt op het bevestigen van allerlei reclamemateriaal aan geparkeerde auto’s en fietsen. Dat zorgt voor veel rotzooi, terwijl het op een eenvoudige manier te voorkomen is.

Tenslotte vinden wij het belangrijk dat er in Amsterdam waardering is voor het goede dat religie de stad te bieden heeft. Er lijkt juist steeds meer angst en wantrouwen te zijn, ook voor christenen. Dat bleek bijvoorbeeld toen de Amsterdamse gemeenteraad eind vorig jaar bijna unaniem een motie aannam waarin de gemeente opgeroepen werd geen zaken meer te doen met instellingen die van hun personeel een binding met hun identiteit vragen. Organisaties die alleen christelijk personeel werven zijn dan niet meer welkom. Ik noemde dat een dom en slecht idee. Slecht, omdat Nederland een land is waar heel veel verschillende overtuigingen naast elkaar bestaan, en waar ook in het publieke domein ruimte is voor die overtuigingen. Dom, omdat het verdwijnen van christelijke organisaties een gapend gat zouden opleveren, en wie zou dat moeten opvullen? Majoor Bosshardt bijvoorbeeld, nota bene rond dezelfde tijd uitgeroepen tot grootste Amsterdammer, had haar werk nooit kunnen doen zonder financiering door de overheid.

Ik hoop dat ik duidelijk heb kunnen maken dat Amsterdam de ChristenUnie goed kan gebruiken. En dat de ChristenUnie Amsterdam graag van dienst wil zijn. Daarom gaan we de komende weken hard werken aan het behalen van een plek in de raad, en bidden om Gods zegen bij al dat werk. En ik hoop dat dan, op 3 maart, vele Amsterdammers het mij zullen nazeggen:

Ik geloof in Amsterdam.

Dank u wel.

«Terug