Speech Bas de Groot herdenkingsbijeenkomst Armeense genocide

1460946_449653001823866_1936085375_ndonderdag 23 april 2015 19:01

Beste aanwezigen,

Vandaag mag ik als vertegenwoordiger van de ChristenUnie met u stilstaan bij de 100ste herdenking van de Armeense Genocide. In eerste instantie zou ChristenUnie Tweede Kamerlid Joel Voordewind hier spreken, alleen is hij vanwege een belangrijk debat in de Tweede Kamer verhinderd.

Wanneer we deze verschrikkelijke gebeurtenis herdenken die al zoveel jaren achter ons ligt en waarvan de meeste overlevenden nu niet meer bij ons zijn, wordt het moeilijker om te herinneren wat voor leed de Armeniërs hebben moeten ondergaan. Maar de genocide van het Armeense volk, mag nooit vergeten worden. Ik werd dan ook oprecht geraakt toen ik het verhaal van een van de overlevenden tot mij nam. Graag wil ik als eerbetoon aan hem, aan al die slachtoffers, vandaag een stukje van zijn verhaal delen, het verhaal van Sam Kadorian:

‘Turkse militairen kwamen en namen alle jongen tussen de 5 en 10 jaar oud mee. Ik was 7 of 8 jaar, ik werd ook meegenomen. Ze gooiden ons allen op één grote hoop op het strand en begonnen ons te steken met zwaarden en bajonetten. Ik denk dat ik in het midden van de jongens lag want ik werd slechts door één zwaard geraakt, op mijn wang. Maar ik kon niet huilen, ik was helemaal bedekt het bloed van andere lichamen die op mij lagen, maar ik kon niet huilen. Als ik had gehuild, dan had ik het niet overleefd om dit verhalen te delen. Toen het donker was, werd ik gevonden door mijn oma. Andere ouders kwamen om te zoeken voor hun kinderen, maar vonden slechts lichamen’.

Dit is slechts één verhaal van één van de overlevenden van de genocide, verhalen die dit leed, dit onrecht, een gezicht, een beeld geven.

Als mens, als christen als iemand die actief is in de politiek, voel ik me verbonden met de dood van honderdduizenden vrouwen, kinderen, ouderen en mannen in de kracht van het leven. Ik ben me er zeer van bewust dat deze tragedie, deze inktzwarte pagina in de geschiedenis van het Armeense volk nog altijd een gat slaat in de identiteit van Armeniërs vandaag. De keiharde ontkenning van het huidige Turkije die maar niet in het reine wenst te komen met haar bloedige geschiedenis is daar een grote oorzaak van.

Voor mij staan de verschrikkelijke gebeurtenissen die in het begin van de 20e eeuw hebben plaatsgevonden in het Ottomaanse Rijk symbool voor de diepe en duistere kant van de mensheid. Niet lang na de Armeense genocide stierven 6 miljoen joden onder het Nazi Regime. Recenter zagen we etnische zuivering in Rwanda maar ook vandaag worden mensen systematisch verkracht, gemarteld en vermoord. Ook daarom is het cruciaal dat we vandaag stil staan bij de Armeense genocide, opdat men het nooit zal vergeten!

Ik sta hier natuurlijk ook namens de ChristenUnie. Een partij die als vanouds een betrokkenheid ervaart met Armeniërs. In 2004 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen van voormalig ChristenUnie-leider André Rouvoet waarmee de Nederlandse overheid officieel de Armeense genocide erkent. Deze motie verzocht de Nederlandse regering zich in te spannen dat ook Turkije eindelijk tot erkenning komt dat zij een zeer bloedig verleden hebben.

Sinds onze motie in 2004 zaaiden de opeenvolgende kabinetten twijfel over hun houding en werd elk initiatief van de Tweede Kamer simpelweg verworpen. Hierdoor ontstond er twijfel bij de Armeense gemeenschap over de vraag of Nederland de genocide nog wel durfde te erkennen. Dat is pijn en onverteerbaar, zeker bij de honderdste herdenking van de genocide.

Twee weken geleden heeft de Tweede Kamer een motie van Joel Voordewind aangenomen waarin de regering wordt verzocht de Turkse regering te blijven oproepen de toenadering tot Armenië een nieuwe impuls te geven.
Wat de ChristenUnie betreft blijft het hier niet bij. Nederland moet blijven investeren in de banden met Armenië, binnen de Europese Unie en bij onze Amerikaanse bondgenoten.
We zijn ook teleurgesteld in het besluit van de regering om geen afvaardiging naar de herdenkingen te sturen. Als regering geeft je immers pas invulling aan medeleven als er iemand namens de regering aanwezig is. Onze politiek leider, Arie Slob, is vandaag afgereisd naar Jerevan om bij de herdenking te zijn.

Als ChristenUnie zullen we niet eerder rusten totdat Nederland niet langer refereert aan een ‘kwestie’ en Turkije als opvolger van het Ottomaanse Rijk in het reine komt met zijn eigen verleden. Dat zijn wie niet alleen als een politieke missie, het is voor ons als christenpolitici ook een onze Bijbelse opdracht om als vredestichters te werk te gaan.
Laten we hopen dat Turkije zo snel mogelijk schoon schip maak en dat er na al die tijd verzoening en vergeving kan plaatsvinden tussen Armeniërs en de Turken. De ChristenUnie zal zich hiervoor blijven inzetten, daar mogen jullie op rekenen. Dank u wel.

Labels

« Terug