Armoede en schulden

Uit de armoede en schulden

Waar staat de ChristenUnie voor?

Het hebben van werk is belangrijk. Ons werk is de plek waar talent en verantwoordelijkheid tot hun recht komen. Hoewel de werkloosheid in Amsterdam de laatste jaren is afgenomen telt de stad nog steeds 32.000 werklozen. Er zijn daarnaast teveel Amsterdammers die ondanks een baan, dichtbij of onder de armoedegrens leven. We leven in één van de rijkste landen ter wereld maar toch kennen ook Amsterdammers armoede. Het lukt niet iedereen om het hoofd boven water te houden. De ChristenUnie vindt dat iedereen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Wanneer dit niet lukt, mag iemand niet aan zijn of haar lot worden overgelaten. Dit vraagt niet alleen om een goede manier van omgaan met de sociale zekerheid, maar vooral om het scheppen van randvoorwaarden waarbinnen mensen zelf aan perspectief kunnen werken. De ChristenUnie zet zich in voor positief bijstandsbeleid door bijvoorbeeld experimenten met sociale coöperaties, regelluwe zones en vormen van regelarme bijstand. Belangrijke factor hierin is de houding van de gemeente zelf. De menselijke maat moet weer terug: persoonlijk contact staat voorop en de gemeente zorgt dat betalingen en schuldinning vlot en menselijk verlopen.

2.1 Aan het werk

De gemeente stimuleert het bedrijfsleven om zich samen met het (beroeps)onderwijs actief in te zetten voor een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt op zowel de korte en middellange termijn.
Voor mensen met beperkingen moet het vanzelfsprekend zijn dat ook zij de mogelijkheid krijgen om hun talenten in te zetten, of dat nou betaald of via vrijwilligerswerk is. De gemeente geeft hier zelf het goede voorbeeld in en stimuleert bedrijven hier ook actief in. Misbruik van ‘gratis werk’ (zoals werkervaringsplaatsen) dat ten koste gaat van reguliere arbeidsplaatsen moet worden aangepakt. Re-integratietrajecten die de kansen op betaald werk aantoonbaar verhogen, moeten juist worden gestimuleerd.

De ChristenUnie vindt het belangrijk te benadrukken dat Amsterdammers meer zijn dan alleen hun verdienvermogen. Vrijwilligerswerk of op een andere manier participeren in de samenleving is waardevol voor de vrijwilliger én de stad. De ChristenUnie is voor een coöperatieve samenwerking tussen sociale werkplaats en werkgevers.
Voor nieuwkomers is het voor een goede integratie van belang dat zij snel aan de slag kunnen. Ook hier geldt: hoe eerder, hoe beter. Aan vluchtelingen wordt maatwerk geboden om een opleiding te volgen, een leerwerktraject te doen of stage te lopen.● De gemeente neemt, in samenwerking met bedrijfsleven, verantwoordelijkheid voor voldoende participatiebanen. Bij sollicitatie worden kandidaten bij gelijke kwaliteiten niet beoordeeld op uiterlijke kenmerken of achtergrond.

● De gemeente zoekt in samenwerking met het bedrijfsleven naar kwalitatief goede en voldoende beschutte werkplekken;
● Als de gemeente helpt, mag een tegenprestatie worden verwacht. Daarbij is het belangrijk dat zoveel mogelijk wordt ingezet op de eigen kennis en talenten van mensen.
● Ondernemers en bedrijven die aantoonbaar succesvolle (re)integratie-trajecten (leerwerktrajecten) bieden worden beloond;
● Aan zoveel mogelijk leerwerktrajecten voor jongeren wordt een certificaat van EVC (Erkenning Verworven Competenties) gekoppeld, zodat jongeren een startkwalificatie hebben na succesvol afronden van het traject.
● De gemeente stopt met het focussen op alleen het verdienvermogen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
● De gemeente zet zich extra in om mensen met psychische klachten aan het (vrijwilligers)werk te krijgen.
● In Amsterdam komt een lokaal experiment met regelarme bijstand binnen de grenzen van de wet.
● In Amsterdam komt er maximale ruimte voor alternatieve re-integratietrajecten, bijvoorbeeld door het instellen van regelluwe zones en door het mogelijk te maken een eigen bedrijfje of onderneming te starten met behoud van uitkering.
● Amsterdamse 50+ -ers worden gesteund in hun zoektocht naar werk.


2.2 Armoede en preventie

Ook in Nederland is er sprake van armoede. In Nederland leven ruim 400.000 kinderen in armoede. Veelzeggend is dat 60 procent van deze kinderen, werkende ouders heeft. De ChristenUnie wil armoede bestrijden. Armoede leidt vaak tot sociale problemen, slechtere schoolprestaties en veel stress. Omdat het voorkomen van armoede nog altijd beter is dan genezen moet maximaal worden ingezet op preventie en vroegsignalering. Gezinnen met kinderen verdienen hierbij extra aandacht. Een vicieuze cirkel van achterstand, waarbij armoede van generatie op generatie over gaat moet zoveel mogelijk worden doorbroken.

● De gemeente kijkt kritisch naar het eigen gedrag als schuldeiser.
● Er wordt doelgerichte en laagdrempelige voorlichting over geld en budgetbeheer aangeboden op ontmoetingsplekken in de wijken, zoals de cursus ‘In Kas!’.
● Naast rechtswinkels wordt er ook geëxperimenteerd met budgetwinkels, laagdrempelige voorzieningen waar mensen advies kunnen krijgen over schulden en budgetteren. Deze kunnen bemand worden door goed begeleide studenten. Deze budgetwinkels hebben speciale aandacht voor kwetsbare groepen, zoals gehandicapten.
● Al op het voortgezet onderwijs wordt gestart met programma’s gericht op zelfstandigheid en financiële verantwoordelijkheid van jongeren, ter voorkoming van schulden.
● De gemeente spreekt met woningcorporaties en energieleveranciers af dat betalingsachterstanden tijdig worden gemeld en er pas tot (dreigen met) afsluiting of huisuitzetting wordt overgegaan nadat eerst actief hulp is aangeboden, zeker bij gezinnen met kinderen.
● Voor mensen met een laag inkomen wordt een collectieve zorgverzekering bedongen, met een aantrekkelijk tarief en scherpe randvoorwaarden, zoals o.a. een compensatie van of meeverzekerd eigen risico.
● O.a. scholen en sportverenigingen wordt gevraagd alert te zijn op signalen van armoede bij kinderen en deze te melden bij het (sociaal) wijkteam.
● Bij regelingen voor minima houdt de gemeente rekening met de groep die qua inkomen net boven de bijstandsnorm zit.
● Probleemsituaties worden zo vroeg mogelijk gesignaleerd en worden adequaat aangepakt om escalatie te voorkomen. Dit vereist een intensieve samenwerking met en tussen alle beleidsvelden en instanties waar de problemen spelen en /of bekend zijn (de zogenaamde ‘vindplaatsen’). Uitgangspunt daarbij is: ‘Eén plan, één coach en één budget’.
● Overgang van armoede van ouders op kinderen wordt voorkomen. Er is daarom extra aandacht voor (gezinnen met) kinderen die langdurig een uitkering ontvangen. Het mag niet zo zijn dat door armoede kinderen hun talenten niet kunnen ontwikkelen.
● De gemeente neemt het initiatief om een coalitie voor armoedebestrijding bij elkaar te roepen. De coalitie bestaat uit partners in de Amsterdamse samenleving, zoals bedrijfsleven, scholen, woningcorporaties, verenigingen, kerken en moskeeën.
● Waardevolle initiatieven van diaconieën en andere vrijwillige organisaties worden financieel ondersteund via cofinanciering. Veel nuttige initiatieven zoals SchuldHulpMaatjes zijn mogelijk.

2.3 Schulden

Om te voorkomen dat voor zowel mensen zelf, als ook schuldeisers en samenleving de gevolgen van schulden zich in rap tempo opstapelen moet de gemeente snelle en toegankelijke schuldhulpverlening bieden. Ingewikkelde bureaucratie moet zoveel mogelijk worden vermeden. Het hebben van schulden levert veel stress op en leidt vaak tot geestelijke en lichamelijke klachten. De aanpak van schulden heeft dus haast; wachttijden moeten zoveel mogelijk worden beperkt en als een schuldhulptraject start moeten schuldeisers zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Om een eventuele wachttijd te benutten moet het bij de eerste melding gebruikelijk zijn ook andere beschikbare partners in te schakelen. Vrijwilligersorganisaties moeten hierbij ook op steun van de gemeente kunnen rekenen. Dat kan zijn financieel, maar ook in praktische zin, in de aansturing of in kennisoverdracht. En hoewel wij het liefst een samenleving zouden zien waarin voedselbanken niet nodig zijn, zijn wij dankbaar voor het kostbare werk dat zij doen. Ook zij mogen op onze steun rekenen, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een locatie of vervoersmiddel.

● Na aanmelding kan iemand binnen twee weken terecht bij de schuldhulpverlening.
● Wachttijden worden zoveel mogelijk benut. Bijvoorbeeld door mensen ‘huiswerk’ te geven, maar ook actief samen te werken met partners als Schuldhulpmaatje, maatschappelijk werk, de Voedselbank of de diaconie.
● De gemeente maakt als regisseur concrete afspraken met deze partners om de hulp te stroomlijnen en biedt daarin ondersteuning aan.
● De gemeente sluit een akkoord met schuldeisers, zoals incassobureaus en energiebedrijven, over vroegsignalering en het op menselijke wijze incasseren. In dit akkoord wordt ook de betalingsdatum geharmoniseerd.
● De gemeente stimuleert bijscholing van schuldhulpverleners, zodat hun juridische kennis op peil is en het vertrouwen in de schuldhulpverlening terug komt.
● De gemeente heeft een concreet plan voor de invulling van de overbruggingsmaand.
● Bij dakloosheid door huurschuld wordt gewerkt aan een gezamenlijke oplossing met woningcorporaties. Corporaties mogen zich niet als preferente schuldeiser opstellen. Gezinnen met kinderen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid komen in aanmerking voor urgentie. Gezinnen met kinderen worden niet uit huis gezet.
● In sommige gevallen is het mogelijk om schulden af te lossen door maatschappelijke inzet.
● Bij schuldenregelingen waarbij sprake is van kwijtschelding van schulden of overkopen van schulden door de gemeente, wordt altijd een element van gedragsverandering bij de schuldenaar meegenomen.