Verkiezingsprogramma

Inhoudopgave

Beste Amsterdammer,

Voor u ligt het verkiezingsprogramma van de ChristenUnie Amsterdam voor de gemeenteraadsverkiezingen van 2018. Een programma waar met toewijding, aandacht en liefde voor de stad hard aan is gewerkt.

Amsterdam is altijd al een bijzondere wereldstad geweest. Het is de enige stad ter wereld die 180 nationaliteiten op een paar vierkante kilometer samenbrengt, ieder met een eigen levensverhaal. Amsterdam is zó geliefd dat deze mensen graag naar de stad willen komen.

Deze enorme aantrekkingskracht biedt geweldige kansen voor de stad. Tegelijkertijd heb ik, en met mij veel andere Amsterdammers, deze stad en de wereld om haar heen de afgelopen jaren flink zien veranderen. Dit brengt ook toenemende uitdagingen met zich mee: zorgen over veiligheid, groeiende armoede onder Amsterdamse huishoudens, gebrek aan betaalbare woonruimte, enorme stijging van toerisme en de daarbij horende overlast, de bereikbaarheid van de stad en zorgen over het milieu en de leefbaarheid. En dit alles terwijl er steeds meer Amsterdammers zijn die zich eenzaam voelen in een stad die steeds minder persoonlijk dreigt te worden.

Dit zijn uitdagingen die om bestuurlijke daadkracht vragen waarbij we als gemeente moeilijke gesprekken de komende jaren niet uit de weg kunnen gaan. Het uitgangspunt hierbij is dat elke Amsterdammer waardevol is. De afgelopen jaren heb ik ontzettend veel bijzondere Amsterdammers mogen leren kennen. Door deze ervaringen ben ik ervan overtuigd dat de oplossingen voor veel van deze uitdagingen niet bij de gemeenteraad liggen, maar juist bij de burgers zelf. Vandaar de titel van dit programma: Ons Amsterdam.

Amsterdammers die zich inzetten voor hun mede-Amsterdammers zijn van onschatbare waarde voor onze stad. Neem nou de innovatieve zelf- georganiseerde coöperaties, maar ook de vele geloofsgemeenschappen die de stad rijk is. Deze kerken, moskeeën, synagogen en andere gemeenschappen zijn van grote sociale betekenis en bieden op wekelijkse basis tienduizenden Amsterdammers vrijwillig maatschappelijke zorg aan en fungeren daarbij als sociaal vangnet. Het wordt tijd dat de gemeente deze gemeenschapsverbanden veel meer als partner ziet en ze daadkrachtig faciliteert en betrekt bij het bouwen aan een leefbare stad met gelijke kansen voor iedereen.

Vanuit deze visie presenteert de ChristenUnie het verkiezingsprogramma Ons Amsterdam, waarin wij uiteenzetten hoe wij vol inzet de komende 4 jaren de stad door middel van een actief christelijksociale politiek willen gaan dienen. De ChristenUnie zal dit (onder meer) nastreven door in te zetten op samenwerking met de vele gemeenschappen die onze stad rijk is, effectieve schuldhulp, betaalbare zorg en het tegengaan van eenzaamheid. Dit kunnen we echter niet alleen; dit willen we bereiken door samen te werken met elke Amsterdammer die zijn schouders eronder wil zetten en samen wil bouwen aan een veilige, schone, eerlijke en leefbare stad, waarin iedere Amsterdammer van waarde is.

Ik heb besloten mij in te zetten voor een duurzaam en leefbaar Amsterdam, niet alleen nu, maar ook in de toekomst. Dat zal niet gemakkelijk zijn. Ik weet gelukkig dat ik niet de enige ben die bereid is om aan onze stad, ons Amsterdam, te bouwen. Bouwt u mee?

Don Ceder

Lijsttrekker ChristenUnie Amsterdam

Download het verkiezingsprogramma als PDF.

Hoofdstuk 1 - Zorg voor en door Amsterdammers 

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor

De ChristenUnie gelooft in een samenleving die is gebaseerd op naastenliefde. Open en respectvol. Eén van de kenmerken van de samenleving van nu is dat bijna iedereen deel uit maakt van één of meerdere netwerken van mensen, zoals gezinnen, klassen in scholen, vriendengroepen, de straat en de buurt, online netwerken en sociale media. Tegelijkertijd is er sprake van toenemend individualisme, eenzaamheid, polarisatie en er zijn mensen die niet mee kunnen komen.

We hebben een periode van grote bezuinigingen en hervormingen achter de rug waardoor Amsterdammers veel meer dan vroeger zelf verantwoordelijk zijn geworden voor het regelen van ondersteuning. Dit heeft geleid tot teleurstelling en zorgen. Er zijn ook mensen tussen wal en schip beland. De ChristenUnie blijft inzetten op een participatiesamenleving; het is belangrijk dat mensen elkaar als het kan helpen en voor elkaar zorgen. Tegelijk moet de gemeente zorgen voor passende ondersteuning en hulp aan mensen, die het niet op eigen kracht redden.

De ChristenUnie erkent de enorme inzet van de goedwillende Amsterdammer en beseft dat de overheid nooit zal kunnen wat zij doen. Helpen om niet. Helpen enkel uit liefde. De taak van de overheid is de liefde van de Amsterdammers voor hun medemens te ondersteunen, verder te helpen, aan te vullen en te stimuleren. Vrijwillige hulp is geen aanvulling op professionele hulp. Het is andersom. Op de eerste plaats komt de hulp van mens tot mens. Dat betekent overigens niet dat de problemen worden afgeschoven op vrijwilligers. Veel zorg zal verleend moeten worden door professionals. Dat geldt zeker voor specialistische zorg, maar ook voor zorg aan mensen zonder familie of netwerk. Juist in onze stad zijn veel mensen zonder een netwerk en moeten we extra op deze mensen toezien.

De ChristenUnie wil in Amsterdam bijdragen aan een samenleving waarin iedereen er toe doet en meedoet. De gemeente heeft in de afgelopen periode veel meer taken gekregen en dus een grote verantwoordelijkheid als het gaat om de zorg voor kinderen, jongeren, ouderen en kwetsbare inwoners. Niet alles in dit proces is goed gegaan, maar de ChristenUnie steunt de decentralisatie omdat het goed is om een samenhangend zorg- en preventieaanbod zo dicht mogelijk bij onze bewoners te organiseren.

De ChristenUnie wil de inkoop voor jeugdzorg, WMO en beschermd wonen integraal gaan organiseren. Dus één contract voor alle domeinen om te benadrukken dat Amsterdam uitgaat van de leefwereld van mensen en niet van de wettelijke kaders.

Uitgangspunt van de ChristenUnie is dat elk mens waardevol is en dat die waarde niet afhangt van prestaties, gezondheid, seksuele geaardheid, afkomst, leeftijd of geluk. Al het leven, in gaafheid en gebrokenheid, verdient het om tot ontplooiing te komen, mee te doen, om te worden beschermd en om zorg te ontvangen wanneer dat nodig is.

1.1 Volksgezondheid

Gezondheid is van invloed op prestaties op school, op het werk en in de maatschappij. Een gezonde leefstijl is allereerst een verantwoordelijkheid van mensen zelf, maar gaat ook de maatschappij aan. Door te investeren in preventie zorgen we ervoor dat mensen (langer) gezond blijven. Wij willen dat jongeren gezond en vrij van verslaving opgroeien.

De gemeente is verantwoordelijk voor de instandhouding van de (regionale) gezondheidsdienst (GGD) en daarmee voor het uitvoeren van taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg.
De levensverwachting van inwoners verschilt regelmatig per wijk. De ChristenUnie maakt zich daar zorgen over en zet zich in om deze verschillen tegen te gaan.

  • In alle wijken wordt er (op maat) voor jong en oud ingezet op preventie in de vorm van leefstijlverbetering en waar nodig, verbetering van de inrichting van de omgeving.
  • De gemeente gaat door met het project Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG).
  • De gemeente heeft voor het ontwikkelen van het lokale gezondheidsbeleid en voor het bepalen van prioriteiten, verschillende wijkgezondheidsprofielen opgesteld.

1.2 Zorg voor kwetsbare inwoners

De ChristenUnie is groot voorstander van zorg die dichtbij is georganiseerd. Zorg op een menselijke schaal en met een menselijk gezicht.

In toenemende mate wordt er een beroep gedaan op hulpverlening binnen de kerken. Kerken pakken steeds vaker maatschappelijke taken op. Deze constructieve rol en toegevoegde waarde vragen, met inachtneming van de scheiding tussen kerk en staat, om wederzijds respect en afspraken om versterking van de contacten tussen overheid, moskeeën en kerken (diaconieën).

De komende tijd zal de gemeente vol moeten inzetten op het weghalen van de schotten tussen hulp, zorg en participatie en het voorkomen en verminderen van bureaucratie. De ChristenUnie wil dat er gedacht wordt vanuit de zorgvraag van Amsterdammers. Een keukentafelgesprek wordt een gesprek waarin de zorgvrager zelf aangeeft wat hij of zij nodig heeft, welke richting van hulpverlening wordt ingezet, wie kan helpen en ondersteunen bij het vinden van verbeterde levensomstandigheden. Medewerkers die namens de gemeente gesprekken voeren met hulpvragers (bijvoorbeeld in (sociale) wijkteams en keukentafelgesprekken) krijgen mandaat om toezeggingen te doen over schuldhulpverlening, indicaties voor respijtzorg, WMO-voorzieningen en jeugdhulp. Alleen dan wordt integraal indiceren mogelijk;

  • Bij aanvragen van bewoners voor ondersteuning door de gemeente wordt een gesprek gevoerd met de aanvrager, samen met andere gezinsleden, mantelzorgers of een onafhankelijke cliëntondersteuner; met name Amsterdammers met een licht verstandelijke beperking verdienen extra ondersteuning.
  • Integrale afwegingen worden gemaakt in één beschikking voor zowel WMO, jeugdhulp, participatiewet, minimabeleid enz.
  • De aanvrager wordt indien gewenst actief ondersteund door een onafhankelijke adviseur bij het formuleren van een hulpvraag en bij het kiezen van de juiste oplossingen.
  • Een persoonsgebonden budget (PGB) is één van de instrumenten om passende zorg onder regie van de zorgvrager aan te vragen. De ChristenUnie wil dat het PGB-gebruik mogelijk blijft en dat inwoners die mogelijkheid kennen. Zo hebben zorgvragers altijd de mogelijkheid om identiteitsgebonden of andere noodzakelijke zorg in te kopen als deze niet gecontracteerd is.
  • Er is structureel overleg tussen religieuze instellingen en de gemeente om deze een volwaardige plaats te geven in de sociale structuren van de gemeente.
  • (Zorg-)middelen worden meer gedeeld of hergebruikt zoals bijvoorbeeld scootmobielen.
  • De gemeente werkt in overleg met onderwijs, bibliotheken en wijkteams aan de aanpak van laaggeletterdheid.

Personen met verward gedrag

Het aantal meldingen over personen met verward gedrag op straat neemt toe. Er zijn veel minder GGZ-bedden en problemen worden niet tijdig herkend en soms blijft hulp uit. De ChristenUnie wil bijsturen waar nodig. Daarbij zet de gemeente in op vernieuwende vormen van zorg. Mensen die verward gedrag vertonen horen in ieder geval niet thuis in een politiecel, ze verdienen de aandacht van omgeving en hulp. Tegelijk zal de samenleving meer oor en oog moeten krijgen voor buren die ‘anders’ zijn.

  • Samen met de GGZ zijn afspraken gemaakt hoe mensen met verward gedrag in hun eigen situatie kunnen worden ondersteund, hoe sociale netwerken betrokken worden en wordt voorkomen dat mensen afhankelijk worden van de GGZ;
  • De gemeente zet, in het kader van het hervinden van de eigen kracht, in op zelfhulpgroepen voor mensen met verward gedrag en op de beschikbaarheid van woonruimte;
  • De politie, de GGZ, de Spoedeisende Hulp-afdeling van het ziekenhuis en de wijkteams hebben afspraken gemaakt over wat te doen bij het aantreffen van mensen met verward gedrag. Voorkomen wordt dat deze mensen in een politiecel terecht komen.
  • De gemeente Amsterdam gaat door met de inzet van psycholances voor het vervoer van verwarde personen.
  • We investeren in beschermd wonen en in de zorg voor mensen met GGZ-problematiek die thuis wonen: 24/7 ambulante psychische zorg in de wijk, inloophuizen en time-out voorzieningen voor kortdurende opname.

 Mantelzorgers & vrijwilligers

Dagbesteding en tijdelijk vervangende zorg zijn belangrijk om overbelasting van mantelzorgers te voorkomen. Daarom zet de ChristenUnie in op respijtzorg, waardering van de mantelzorger en het proactief benaderen van mensen die mantelzorger zijn geworden.

  • De gemeente ontwikkelt een visie op informele zorg en de manier waarop de informele zorg zich verhoudt tot de formele zorg.
  • Er is een ruim aanbod in mantelzorgondersteuning, waaronder een respijtvoorziening.
  • De gemeente wijst mensen die mantelzorger zijn of worden actief op ondersteuning en blijft actief op zoek gaan naar mantelzorgers die nog niet in beeld zijn van de gemeente.
  • De gemeente faciliteert de coördinatie van informele zorg.
  • Vrijwilligers kunnen, indien nodig, een gratis Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) verkrijgen.

Iedereen telt mee en doet mee

In de afgelopen periode is het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap geratificeerd, mede dankzij inspanningen van de ChristenUnie. Een inclusieve samenleving is daardoor dichterbij gekomen. Maar de ChristenUnie wil verder. Mensen met een beperking moeten mee kunnen doen. Ook daarvoor wil de ChristenUnie zich vol inzetten. Om die reden wil de ChristenUnie een inclusieagenda opstellen voor Amsterdam om zo werkelijke stappen te maken naar de inclusieve samenleving. De gemeente zorgt dat haar gebouwen, voorzieningen en website goed toegankelijk zijn voor alle inwoners.

  • De openbare ruimte en het openbaar vervoer zijn op zo’n manier ingericht dat mensen met een beperking zich thuis voelen in Amsterdam en zich er zelfstandig kunnen redden.
  • De gemeente werkt aan het ontwikkelen én uitvoeren van een lokale inclusie-agenda. De doelgroep is hier actief bij betrokken.
  • Er komt een campagne om de acceptatie van handicaps en beperkingen te bevorderen, zoals de initiatieven van Dutch Platform Leave No One Behind om het bedrijfsleven bij deze acceptatie te betrekken
  • Gemeentelijke evenementen zijn toegankelijk voor bezoekers met een beperking. Bij alle vergunde evenementen wordt verwacht dat zij op hun website duidelijk aangeven wat de voorzieningen zijn voor bezoekers met een beperking.
  • Amsterdam vergroot de mogelijkheden om kinderen met een beperking te laten sporten.

Langer zelfstandig

Steeds meer mensen met een zorgvraag moeten langer thuis blijven wonen. Woningen moeten dus geschikt zijn voor ouderen en mensen met een beperking. De ChristenUnie vindt dat de gemeente Amsterdam daarin, samen met woningeigenaren en woningcoöperaties een grote verantwoordelijkheid heeft. Niet alleen woningen maar ook de openbare ruimte moet toegankelijk en veilig zijn en uitnodigen tot ontmoeting en activiteiten. Het sluiten en centreren van voorzieningen is voor de ChristenUnie dan ook een punt van zorg en aandacht.

  • Woningeigenaren krijgen voorlichting over het levensloopbestendig maken van hun woning.
  • De gemeente biedt de Blijverslening aan zodat particulieren hun woning makkelijker kunnen aanpassen.
  • Er zijn afspraken gemaakt met woningcorporaties om woningen geschikt te maken voor bewoners die zware zorg nodig hebben.
  • Er zijn voldoende aangepaste zorgwoningen, ook voor de groep jongvolwassenen met een psychiatrische achtergrond.

Ouderen
Ouderen betekenen veel voor onze samenleving. Ze hebben bijgedragen aan de opbouw en het functioneren van de samenleving zoals die nu is. Ouderen verdienen aandacht en steun, juist in deze tijd. Veel ouderen functioneren prima en weten lang hun weg zelfstandig of met zelf georganiseerde hulp of netwerken te vinden. Maar vaak ontstaat door lichamelijke of geestelijke klachten een verminderde mobiliteit. Eenzaamheid wordt zo een steeds groter risico. De ChristenUnie heeft hier oog voor en zet zich in om eenzaamheid te bestrijden.

  • Voorzieningen met een sociale functie blijven open in overleg met de wijk, diaconieën of verenigingen, bijvoorbeeld door zelfbeheer.
  • Sport en bewegen voor ouderen is een speerpunt in het gemeentelijke sportbeleid.
  • Ouderen boven de 80 jaar krijgen standaard een bezoek van het wijkteam of welzijnsorganisaties om (verborgen) problemen, zoals eenzaamheidsproblematiek op te sporen.
  • Zingeving is bij gesprekken met ouderen met een zorgvraag (keukentafelgesprek) een bespreekbaar onderwerp, zo nodig maakt de gemeente hiervoor gebruik van deskundigheid van kerken of andere religieuze organisaties.
  • Amsterdam is een dementievriendelijke gemeente.
  • De website van de gemeente is ‘ouderenproof’. Per wijk is er een actuele sociale kaart, die ook in gedrukte vorm beschikbaar is.
  • Samen met de bibliotheek of wijksteunpunt wordt een cursus aangeboden om ouderen zo nodig meer digitaal-vaardig te maken.

Verslaving

Mensen zijn te waardevol om zich te verliezen in verslavingen aan alcohol, roken, drugs, seks en/of gokken. De ChristenUnie wil dat preventie in het lokale gezondheidsbeleid een belangrijke plek krijgt. Niet alleen gericht op alcohol en softdrugs maar ook gameverslaving en het gebruik van synthetische drugs. De opkomst en acceptatie van het gebruik hiervan is zorgelijk. De risico’s van het gebruik van pillen als XTC en MDMA zijn groot.

  • Voorlichting op universiteiten, scholen en bij feesten zijn vooral gericht op preventie en ontmoediging van gebruik. In de tweede plaats komt het veilig gebruik en controle ervan aan bod.

Opvangvoorzieningen

De gemeente heeft de verplichting mensen die door wat voor oorzaak dan ook geen dak boven het hoofd hebben, opvang te bieden. Opvang heeft als doel te voorzien in basisbehoeften, mensen tot rust te laten komen en vervolgens te begeleiden naar noodzakelijke hulp en uiteindelijk weer naar zelfstandigheid.

  • Er is voldoende en adequate opvang voor dak- en thuislozen. Niemand in Amsterdam slaapt buiten zijn/haar wil op straat.
  • Opvang is zo kort en zo sober mogelijk; cliënten worden zo mogelijk verplicht via een hulptraject stappen te zetten om het eigen leven weer zelfstandig op te pakken.
  • Jongeren en gezinnen in de opvang krijgen speciale aandacht. Opvangplekken voor moeders met minderjarige kinderen zijn dag en nacht beschikbaar.
  • De gemeente zorgt voor (eventueel tijdelijke) woonvormen voor mensen met een acute woonbehoefte, bijvoorbeeld door scheiding of schulden.
  • Co-housinginitiatieven waarin maatschappelijk betrokken Amsterdammers wonen met (sociaal) kwetsbare Amsterdammers zoals bijvoorbeeld de diverse woongemeenschappen van Stichting Timon, krijgen de ruimte en steun van de gemeente.

1.3 Zorg voor vluchtelingen

Amsterdam is verantwoordelijk voor een goede opvang van vluchtelingen. Mensen die huis en haard hebben verlaten moeten een veilig onderkomen krijgen. We zijn ons er van bewust dat het draagvlak hiervoor soms kwetsbaar is. Daarom willen we dat nieuwkomers zo snel mogelijk opgenomen worden in onze samenleving. Dat begint met de taal leren, maar ook dat gaat sneller en beter als nieuwkomers actief deelnemen aan de maatschappij.

Essentieel is het stimuleren van de zelfredzaamheid en zelfregie van vluchtelingen en ongedocumenteerden. Door (vrijwilligers-)werk, cursussen en trainingen werken mensen aan hun zelfstandigheid, gericht op hun toekomst hier in Nederland of in land van herkomst.

De ChristenUnie pleit voor gespreide, kleinschalige opvang van vluchtelingen. Alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers) verdienen bijzondere aandacht. Het percentage dat voor problemen zorgt en een opleiding niet afmaakt is hoog.

De gemeente moet de taakstelling voor huisvesting van statushouders halen en tegelijkertijd bewaken dat dit niet tot verdringing op de huizenmarkt leidt. Dit kan door (tijdelijk) extra huisvesting te realiseren bijvoorbeeld door het verbouwen van kantoorpanden tot woningen. De gemeente dient hier zo nodig actief het gesprek over aan te gaan met het provinciebestuur. ‘Asielzoekerwijken’ of ‘vluchtelingenflats’ zijn absoluut onwenselijk, daarom is spreiding belangrijk.

Nieuwkomers moeten zo snel mogelijk de taal leren, deel kunnen nemen aan (vrijwilligers)werk en participeren in verenigingen. Mogelijkheden om actief kennis te maken met en deel te nemen aan de maatschappij helpen nieuwkomers bij hun integratie. Initiatieven vanuit de samenleving die hiervoor georganiseerd worden, verdienen aanmoediging en ondersteuning. Belangrijk is tegelijk dat nieuwkomers leren dat de grondwet leidend is en dat zij de Nederlandse normen en waarden en ongeschreven regels van de Nederlandse samenleving leren kennen.

De ChristenUnie vindt dat iedereen recht heeft op onderdak. Dat geldt ook voor uitgeprocedeerde asielzoekers en staatlozen. Zolang de buitenschuldregeling onvoldoende werkt of landen van herkomst onvoldoende meewerken aan terugkeer mogen uitgeprocedeerden daar niet de dupe van zijn. De gemeente heeft op basis van artikel 93 en 94 van de Grondwet zorgplicht en moet minimale opvang (bed, bad en brood) bieden, ook wanneer de landelijke regeling hiervoor is stopgezet. Overdag horen deze mensen niet op straat te zwerven; initiatieven voor scholing en vrijwilligerswerk worden aangemoedigd.

  • De gemeente neemt haar verantwoordelijkheid voor het, verspreid over de wijken, huisvesten van statushouders. Indien nodig worden er extra (tijdelijke) woningen of alternatieve woonvormen gerealiseerd. Hierbij wordt nadrukkelijk gekeken naar co-housing zoals in de Riekerhaven gebeurt.
  • Activiteiten vanuit de samenleving die taal en participatie van nieuwkomers bevorderen worden omarmd.
  • Voor AMV’ers wordt er in overleg met het COA en het lokale onderwijs een voorschoolprogramma op de opvanglocatie gestart. De gemeente steunt (financieel) maatjesprojecten, omdat die bijdragen aan de kennismaking met onze waarden, cultuur en taal.
  • De gemeente schakelt het bedrijfsleven in en daagt hen uit statushouders in dienst te nemen. Initiatieven om dit te stimuleren, zoals NewBees en TakeCareBnB worden ondersteund.
  • De gemeente zorgt voor tenminste bed, bad en brood voor uitgeprocedeerde asielzoekers of ongedocumenteerden zolang ze (nog) in Nederland zijn. Daarnaast gaat de gemeente in overleg met maatschappelijke organisaties als het Leger des Heils en Vluchtelingenwerk in overleg om te zoeken naar een duurzame invulling van begeleiding en vangnet voor deze doelgroep. Dit resulteert in een betaalbaar actieplan. Voorbeeld van betaalbare huisvesting voor ongedocumenteerden is Stichting Noodzaak, die leegstaande gebouwen verhuurd.
  • Gemeentebesturen maken, in samenspraak met alle stakeholders (COA, IND, Vluchtelingenwerk, maatschappelijke organisaties, scholen, kerken en bedrijfsleven), een lokaal beleidsplan voor snelle en efficiënte integratie van nieuwkomers.
  • Amsterdam blijft speciaal inzetten op de integratie van Eritreeërs en onderzoekt of er andere groepen zijn waarbij de integratie problematisch verloopt.

______________________________________

Hoofdstuk 2 - Uit de armoede en schulden

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?

Het hebben van werk is belangrijk. Ons werk is de plek waar talent en verantwoordelijkheid tot hun recht komen. Hoewel de werkloosheid in Amsterdam de laatste jaren is afgenomen telt de stad nog steeds 32.000 werklozen. Er zijn daarnaast teveel Amsterdammers die ondanks een baan, dicht bij of onder de armoedegrens leven.
We leven in één van de rijkste landen ter wereld maar toch kennen ook Amsterdammers armoede. Het lukt niet iedereen om het hoofd boven water te houden. De ChristenUnie vindt dat iedereen in de eerste plaats zelf verantwoordelijk is om in zijn of haar levensonderhoud te voorzien. Wanneer dat dit niet lukt, mag iemand niet aan zijn of haar lot worden overgelaten.
Dit vraagt niet alleen om een goede manier van omgaan met de sociale zekerheid, maar vooral om het scheppen van randvoorwaarden waarbinnen mensen zelf aan perspectief kunnen werken. De ChristenUnie zet zich in voor positief bijstandsbeleid door bijvoorbeeld experimenten met sociale coöperaties, regelluwe zones en vormen van regelarme bijstand.
Belangrijke factor hierin is de houding van de gemeente zelf. De menselijke maat moet weer terug: persoonlijk contact staat voorop en de gemeente zorgt dat betalingen en schuldinning vlot en menselijk verlopen.

 2.1 Aan het werk

De gemeente stimuleert het bedrijfsleven om zich samen met het (beroeps)onderwijs actief in te zetten voor een goede aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt op zowel de korte en middellange termijn.

Voor mensen met beperkingen moet het vanzelfsprekend zijn dat ook zij de mogelijkheid krijgen om hun talenten in te zetten, of dat nou betaald of via vrijwilligerswerk is. De gemeente geeft hier zelf het goede voorbeeld in en stimuleert bedrijven hier ook actief in. Misbruik van ‘gratis werk’ (zoals werkervaringsplaatsen) dat ten koste gaat van reguliere arbeidsplaatsen moet worden aangepakt. Re-integratietrajecten die de kansen op betaald werk aantoonbaar verhogen, moeten juist worden gestimuleerd.

De ChristenUnie vindt het belangrijk te benadrukken dat Amsterdammers meer zijn dan alleen hun verdienvermogen. Vrijwilligerswerk of op een andere manier participeren in de samenleving is waardevol voor de vrijwilliger én de stad.
De ChristenUnie is voor een coöperatieve samenwerking tussen sociale werkplaats en werkgevers.

Voor nieuwkomers is het voor een goede integratie van belang dat zij snel aan de slag kunnen. Ook hier geldt: hoe eerder, hoe beter. Aan vluchtelingen wordt maatwerk geboden om een opleiding te volgen, een leerwerktraject te doen of stage te lopen.

  • De gemeente neemt, in samenwerking met bedrijfsleven, verantwoordelijkheid voor voldoende participatiebanen. Bij sollicitatie worden kandidaten bij gelijke kwaliteiten niet beoordeeld op uiterlijke kenmerken of achtergrond.
  • De gemeente zoekt in samenwerking met het bedrijfsleven naar kwalitatief goede en voldoende beschutte werkplekken;
  • Als de gemeente helpt, mag een tegenprestatie worden verwacht. Daarbij is het belangrijk dat zoveel mogelijk wordt ingezet op de eigen kennis en talenten van mensen.
  • Ondernemers en bedrijven die aantoonbaar succesvolle (re)integratie-trajecten (leerwerktrajecten) bieden worden beloond;
  • Aan zoveel mogelijk leerwerktrajecten voor jongeren wordt een certificaat van EVC (Erkenning Verworven Competenties) gekoppeld, zodat jongeren een startkwalificatie hebben na succesvol afronden van het traject.
  • De gemeente stopt met het focussen op alleen het verdienvermogen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
  • De gemeente zet zich extra in om mensen met psychische klachten aan het (vrijwilligers)werk te krijgen.
  • In Amsterdam komt een lokaal experiment met regelarme bijstand binnen de grenzen van de wet.
  • In Amsterdam komt er maximale ruimte voor alternatieve re-integratietrajecten, bijvoorbeeld door het instellen van regelluwe zones en door het mogelijk te maken een eigen bedrijfje of onderneming te starten met behoud van uitkering.
  • Amsterdamse 50+-ers worden gesteund in hun zoektocht naar werk.

2.2 Armoede en preventie

Ook in Nederland is er sprake van armoede. In Nederland leven ruim 400.000 kinderen in armoede. Veelzeggend is dat 60 procent van deze kinderen, werkende ouders heeft. De ChristenUnie wil armoede bestrijden. Armoede leidt vaak tot sociale problemen, slechtere schoolprestaties en veel stress.
Omdat het voorkomen van armoede nog altijd beter is dan genezen moet maximaal worden ingezet op preventie en vroegsignalering. Gezinnen met kinderen verdienen hierbij extra aandacht. Een vicieuze cirkel van achterstand, waarbij armoede van generatie op generatie over gaat moet zoveel mogelijk worden doorbroken.

  • De gemeente kijkt kritisch naar het eigen gedrag als schuldeiser.
  • Er wordt doelgerichte en laagdrempelige voorlichting over geld en budgetbeheer aangeboden op ontmoetingsplekken in de wijken, zoals de cursus ‘In Kas!’.
  • Naast rechtswinkels wordt er ook geëxperimenteerd met budgetwinkels, laagdrempelige voorzieningen waar mensen advies kunnen krijgen over schulden en budgetteren. Deze kunnen bemand worden door goed begeleide studenten. Deze budgetwinkels hebben speciale aandacht voor kwetsbare groepen, zoals gehandicapten.
  • Al op het voortgezet onderwijs wordt gestart met programma’s gericht op zelfstandigheid en financiële verantwoordelijkheid van jongeren, ter voorkoming van schulden.
  • De gemeente spreekt met woningcorporaties en energieleveranciers af dat betalingsachterstanden tijdig worden gemeld en er pas tot (dreigen met) afsluiting of huisuitzetting wordt overgegaan nadat eerst actief hulp is aangeboden, zeker bij gezinnen met kinderen.
  • Voor mensen met een laag inkomen wordt een collectieve zorgverzekering bedongen, met een aantrekkelijk tarief en scherpe randvoorwaarden, zoals o.a. een compensatie van of meeverzekerd eigen risico.
  • O.a. scholen en sportverenigingen wordt gevraagd alert te zijn op signalen van armoede bij kinderen en deze te melden bij het (sociaal) wijkteam.
  • Bij regelingen voor minima houdt de gemeente rekening met de groep die qua inkomen net boven de bijstandsnorm zit.
  • Probleemsituaties worden zo vroeg mogelijk gesignaleerd en worden adequaat aangepakt om escalatie te voorkomen. Dit vereist een intensieve samenwerking met en tussen alle beleidsvelden en instanties waar de problemen spelen en /of bekend zijn (de zogenaamde ‘vindplaatsen’). Uitgangspunt daarbij is: ‘Eén plan, één coach en één budget’.
  • Overgang van armoede van ouders op kinderen wordt voorkomen. Er is daarom extra aandacht voor (gezinnen met) kinderen die langdurig een uitkering ontvangen. Het mag niet zo zijn dat door armoede kinderen hun talenten niet kunnen ontwikkelen.
  • De gemeente neemt het initiatief om een coalitie voor armoedebestrijding bij elkaar te roepen. De coalitie bestaat uit partners in de Amsterdamse samenleving, zoals bedrijfsleven, scholen, woningcorporaties, verenigingen, kerken en moskeeën.
  • Waardevolle initiatieven van diaconieën en andere vrijwillige organisaties worden financieel ondersteund via cofinanciering. Veel nuttige initiatieven zoals SchuldHulpMaatjes zijn mogelijk.

2.3 Schulden

Om te voorkomen dat voor zowel mensen zelf, als ook schuldeisers en samenleving de gevolgen van schulden zich in rap tempo opstapelen moet de gemeente snelle en toegankelijke schuldhulpverlening bieden. Ingewikkelde bureaucratie moet zoveel mogelijk worden vermeden. Het hebben van schulden levert veel stress op en leidt vaak tot geestelijke en lichamelijke klachten. De aanpak van schulden heeft dus haast; wachttijden moeten zoveel mogelijk worden beperkt en als een schuldhulptraject start moeten schuldeisers zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Om een eventuele wachttijd te benutten moet het bij de eerste melding gebruikelijk zijn ook andere beschikbare partners in te schakelen. Vrijwilligersorganisaties moeten hierbij ook op steun van de gemeente kunnen rekenen. Dat kan zijn financieel, maar ook in praktische zin, in de aansturing of in kennisoverdracht. En hoewel wij het liefst een samenleving zouden zien waarin voedselbanken niet nodig zijn, zijn wij dankbaar voor het kostbare werk dat zij doen. Ook zij mogen op onze steun rekenen, bijvoorbeeld door het beschikbaar stellen van een locatie of vervoersmiddel.

  • Na aanmelding kan iemand binnen twee weken terecht bij de schuldhulpverlening.
  • Wachttijden worden zoveel mogelijk benut. Bijvoorbeeld door mensen ‘huiswerk’ te geven, maar ook actief samen te werken met partners als Schuldhulpmaatje, maatschappelijk werk, de Voedselbank of de diaconie.
  • De gemeente maakt als regisseur concrete afspraken met deze partners om de hulp te stroomlijnen en biedt daarin ondersteuning aan.
  • De gemeente sluit een akkoord met schuldeisers, zoals incassobureaus en energiebedrijven, over vroegsignalering en het op menselijke wijze incasseren. In dit akkoord wordt ook de betalingsdatum geharmoniseerd.
  • De gemeente stimuleert bijscholing van schuldhulpverleners, zodat hun juridische kennis op peil is en het vertrouwen in de schuldhulpverlening terug komt.
  • De gemeente heeft een concreet plan voor de invulling van de overbruggingsmaand.
  • Bij dakloosheid door huurschuld wordt gewerkt aan een gezamenlijke oplossing met woningcorporaties. Corporaties mogen zich niet als preferente schuldeiser opstellen. Gezinnen met kinderen die te maken hebben met (dreigende) dakloosheid komen in aanmerking voor urgentie. Gezinnen met kinderen worden niet uit huis gezet.
  • In sommige gevallen is het mogelijk om schulden af te lossen door maatschappelijke inzet.
  • Bij schuldenregelingen waarbij sprake is van kwijtschelding van schulden of overkopen van schulden door de gemeente, wordt altijd een element van gedragsverandering bij de schuldenaar meegenomen.

_____________________________________

Hoofdstuk 3 - Gezin, jeugd & onderwijs

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?

Kinderen en jongeren hebben de toekomst. De gemeente Amsterdam moet daarom inzetten op veilige gezinnen, veilige scholen en veilige buurten. De ChristenUnie wil dat kinderen die extra ondersteuning nodig hebben die zoveel mogelijk dicht bij huis en school kunnen krijgen en dat de zorg past bij de identiteit van het gezin.

3.1 Zorg voor kinderen en jongeren

Investeren in gezinnen

Het is hoog tijd om meer aandacht te besteden aan sterke en liefdevolle gezinssituaties. De ChristenUnie wil dat stellen met kinderen kennis en kunde aangereikt krijgen om te kunnen bouwen aan hun relatie en aan het ouderschap. Zo moet de geboortezorg niet alleen gericht zijn op de lichamelijke voorbereiding op de komst van een kindje, maar ook op de mentale voorbereiding. Onderzoek laat zien dat voorlichting en begeleiding positief werken tegen stress in de relatie. Een kind is het beste af als de ouders het samen goed hebben, daarom willen we ouders ondersteunen door ouderschapscursussen via verloskundigen, consultatiebureaus en OuderKindTeams aan te bieden.

In de huidige cultuur zijn de verwachtingen van relaties hoog en tegelijkertijd is trouw in relaties niet vanzelfsprekend. Voor kinderen is de echtscheiding van hun ouders vaak bijzonder ingrijpend. Inzet op ondersteuning en preventie bij relatieproblemen is nodig omdat daarmee kinderen in hun kwetsbare positie worden beschermd en veel relatieleed voor ouders wordt voorkomen. Meer aandacht in de prenatale voorlichting voor psychosociale aspecten en veranderingen in de relatie als gevolg van het vader- en moederschap.

  • Met professionals uit het veld ontwikkelt de gemeente preventief (v)echtscheidingsbeleid, allereerst gericht op het laagdrempelig en vrijwillig versterken van relaties van alle ouders in Amsterdam, maar daarnaast ook op tijdige hulp als een scheiding onvermijdelijk is;
  • Ouderschapscursussen en informatie over relatieondersteuning zijn laagdrempelig beschikbaar.
  • Extra inzet op initiatieven waarin ouders andere ouders ondersteunen, sprekende voorbeelden zijn Home-Start en de Family Factory.

Effectieve gezinsondersteuning

Door de jeugdzorg te decentraliseren heeft het Rijk het vertrouwen uitgesproken in gemeenten dat zij samen met de jeugdzorgaanbieders de jeugdhulp kunnen organiseren. Er moet verder ingezet gaan worden op preventie en vroegsignalering, zodat kinderen eerder worden ondersteund en geholpen. Want ouders en kinderen zijn erbij gebaat als er op het juiste moment de juiste zorg beschikbaar is. Zo licht of zo zwaar als nodig is. Hiervoor is nodig dat de zorgvrager, het gezin, samen met de omgeving en professionals een plan maakt, waarbij de eigen kracht en de netwerken van gezinnen wordt ingezet en versterkt.
Jeugdhulp moet beschikbaar zijn voor alle kinderen en ouders die ondersteuning nodig hebben. Om snel hulp te kunnen aanbieden is het belangrijk om de zorg dichtbij plekken te organiseren waar kinderen verblijven. Dit kan door het onderwijs samen met jeugdzorg arrangementen te laten ontwikkelen of de jeugdzorg op scholen spreekuren te geven. De ChristenUnie pleit ervoor expertise in de kinderopvang of school te halen. Zo wordt ingezet op preventie en wordt voorkomen dat op termijn doorstroming naar duurdere en zwaardere vormen van zorg nodig is. Tegelijkertijd ondersteunt het de leerkracht die met de zorgen over een kind, samen met de ouder(s), terecht kan bij een professional, die de zorg overneemt.

De ChristenUnie wil extra investeren in Amsterdamse pleeggezinnen, gezinshuizen en steungezinnen om het aantal uithuisplaatsingen en opvang in instellingen terug te dringen en zwaardere hulpverleningstrajecten te voorkomen.

  • Multi-probleemgezinnen zijn gebaat bij een integrale aanpak waarin betrokken hulpverleningsinstanties nauw samenwerken en daarbij is de aanpak van één gezin, één plan, één coördinator belangrijk.
  • Inkoop van jeugdhulp gebeurt niet alleen op prijs, maar vooral op kwaliteit en aansluiting bij de identiteit.
  • Ouders/gezinnen worden actief gewezen op de mogelijkheid om via een PGB identiteitsgebonden of specialistische zorg in te kunnen kopen als de gemeente deze zorg niet heeft ingekocht.
  • Kinderen, jongeren, ouders en scholen zijn betrokken bij een integrale visie op jeugdhulp.
  • Jongeren die mantelzorger zijn worden optimaal ondersteund vanuit de WMO, zodat zij gewoon naar school kunnen gaan en vrije tijd hebben.
  • Extra zorg voor kinderen die met hun moeder in de vrouwenopvang verblijven.
  • Voor zwerfjongeren is er opvang en begeleiding, en zogenaamde spookjongeren worden opgespoord.
  • De gemeente biedt tienermoeders ondersteuning, zorg en begeleiding. Vaders worden, indien mogelijk, hierbij nauw betrokken.
  • De gemeente ondersteunt de werving van pleegouders, zodat kinderen, als dat wenselijk is opgevangen kunnen worden in hun eigen omgeving.
  • Om gezondheidsproblemen tegen te gaan en het (sociaal) welzijn te bevorderen, heeft ieder kind de mogelijkheid om te sporten via o.m. het Jeugdsportfonds Amsterdam.
  • Zorgprofessionals en politici bundelen hun krachten om de eerste 1001 kritieke dagen van een kind zo goed mogelijk te laten verlopen.
  • Voorlichting over digiveiligheid op scholen en aan ouders. Kinderen leren bewust en veilig omgaan met internet en sociale media.
  • Het stimuleren en bevorderen van psychische gezondheid bij kinderen en ouders, extra inzet op het voorkomen van depressies en suïcide onder jongeren.
  • De gemeente zorgt, samen met de zorgpartners, voor continuïteit van zorg en ondersteuning als jongeren in de jeugdzorg 18 jaar worden.

Kindermishandeling en huiselijk geweld

Kinderen hebben het recht om veilig te zijn, om beschermd te worden tegen kindermishandeling. De gevolgen van mishandeling zijn groot. Daarom is het belangrijk dat er extra wordt ingezet op het voorkomen, signaleren en stoppen van kindermishandeling.
Veilig Thuis, het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld en kindermishandeling, moet laagdrempelig bereikbaar zijn en bekend bij alle inwoners van Amsterdam. Voor slachtoffers van huiselijk geweld moet er passende hulp en/of een veilige opvang direct beschikbaar zijn. Opvang het liefst op een plek waar alle hulp onder een dak geboden kan worden. De registratie bij Veilig Thuis en bij de politie moet zo zijn dat het duidelijk is welke vorm van huiselijk geweld er speelt. Zo kan er snel passende handhaving en zorg ingezet worden.

  • Al bij de zwangerschap vindt er screening plaats op hoog risicosituaties.
  • Consultatiebureaus (CJG/JGZ) bieden begeleiding in het omgaan met huilgedrag van baby’s.
  • De ChristenUnie zet zich in voor een aanpak kindermishandeling waarin aandacht is voor preventie en voor het versterken van de interactie tussen kind, verloskunde, onderwijs, wijkteam en Veilig Thuis.

3.2 Onderwijs

Voor Amsterdamse kinderen en jongeren is de school een belangrijke plek. Het is een plek waar ze zich cognitief en sociaal ontwikkelen in een veilige omgeving en waar ze andere kinderen en jongeren ontmoeten. We willen dat onze kinderen het beste onderwijs krijgen. Grote waardering is er voor docenten en medewerkers in de kinderopvang die een grote rol hebben in de vorming en toekomst van de jonge Amsterdammers.

Onderwijsvrijheid

De ChristenUnie is voor de vrijheid van onderwijs. De gemeente moet de diversiteit van scholen op levensbeschouwelijke en pedagogische gronden respecteren. Ouders moeten, vanuit hun verantwoordelijkheid voor de opvoeding van hun kinderen, kunnen kiezen voor een school die aansluit bij de eigen waarden, identiteit en idealen.

Al het onderwijs is bijzonder. De scholen in Amsterdam zijn niet van de gemeente, maar van de samenleving. De gemeente, het onderwijs en de ouders delen wel de maatschappelijke opdracht om kinderen en jongeren zich optimaal te laten ontwikkelen. Meer ouderbetrokkenheid bij het onderwijs komt het kind ten goede. In Amsterdam biedt het onderwijs gelijke kansen voor alle leerlingen, onafhankelijk van de wijk waarin een school staat of van de financiële situatie van ouders. Meer spreiding van het voortgezet onderwijs over de stad is gewenst. Ouders worden, in belang van de ontwikkeling van het kind, gestimuleerd om zoveel mogelijk de Nederlandse taal te beheersen.

Passend onderwijs

De onderwijsbesturen zijn verantwoordelijk voor Passend Onderwijs. Het is heel belangrijk dat Passend Onderwijs, preventie en jeugdhulp goed op elkaar afgestemd worden en dat gezamenlijk datgene georganiseerd wordt wat voor die bepaalde school nodig is. Zo wordt de professionaliteit van scholen en samenwerkingsverbanden benut. Denk aan het integraal indiceren.
Voor het versterken van preventie en vroegsignalering werkt de gemeente zoveel mogelijk faciliterend samen met professionals in het onderwijs en in de vroeg- en voorschoolse voorzieningen.

Extra aandacht voor kinderen die opgroeien in kwetsbare situaties als werkloosheid, taalachterstanden en criminaliteit.

Helaas ontstaan er regelmatig problemen bij de overgang van kinderen en jongeren van de ene naar de andere vorm van onderwijs. Om die reden stimuleert de gemeente, met oog en waardering voor de eigenheid en identiteit van scholen, samenwerking tussen voor- en vroegschoolse voorzieningen en het onderwijs, maar ook de samenwerking tussen het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs en het onderwijs dat daarop volgt. Zeker als het gaat om kwetsbare jongeren. Dit kan door bijvoorbeeld de inzet van vrijwillige mentoren.

Onderwijskwaliteit en arbeidsmarkt

Daarnaast wil de ChristenUnie dat onderwijs, overheid en arbeidsmarkt meer gaan samenwerken. Dat kan door actief de samenwerking te zoeken, maar bijvoorbeeld ook door dat de gemeente in haar aanbesteding aan opdrachtnemers de eis stelt dat stageplekken worden mogelijk gemaakt.

Kinderen en jongeren moeten naar school. De gemeente zet daarom maximaal in op het voorkomen van schooluitval. Zoveel mogelijk jongeren (90%) in Amsterdam halen hun startkwalificatie.

  • In 2020 zijn er geen ‘zwakke’ scholen meer in Amsterdam.
  • Meer inzet op ouderbetrokkenheid bij het onderwijs. Ouders worden, in belang van de ontwikkeling van het kind, gestimuleerd om zoveel mogelijk de Nederlandse taal te beheersen.
  • Het voortgezet onderwijs is beter gespreid over de stad.
  • In Amsterdam krijgen kwetsbare jongeren uit het speciaal onderwijs de juiste begeleiding naar een waardevolle plek in onze samenleving.
  • Er is extra begeleiding in samenwerking met het onderwijs voor overbelaste jongeren die door een complexe thuissituatie niet of weinig naar school gaan.
  • Onderwijs- en opvanginstellingen krijgen ondersteuning in het vroegtijdig signaleren van radicalisering.
  • Er vindt goed toezicht plaats op thuisonderwijs, internaten en kinderen die in het buitenland onderwijs krijgen, ter voorkoming dat kinderen afgezonderd worden van de Nederlandse maatschappij, waarden en normen.
  • De huisvesting van onderwijs is duurzaam, heeft een gezond binnenklimaat, met grotere klaslokalen en voldoende (groene) buitenspeelruimte.
  • Aandacht voor samenleving, respect, Nederlandse waarden en normen, geschiedenis en de Grondwet hebben in het onderwijs plek. Primair en voortgezet onderwijs besteden aandacht aan het Amsterdamse slavernijverleden en de Tweede Wereldoorlog.
  • Om scholen te ontlasten is de communicatie richting scholen over gemeentelijke projecten, acties en maatschappelijke vraagstukken zoveel mogelijk gestroomlijnd (natuur-, milieu-, verkeerseducatie, afval, GGD, Gezond Leven etc.). Elke school heeft een vast aanspreekpunt bij de gemeente.
  • De ChristenUnie wil dat de gemeente binnen de arbeidsmarktregio inzet op een goede aansluiting van het onderwijs, overheid en het bedrijfsleven in gemeente Amsterdam. Hierbij vooral aandacht voor arbeidsmarktrelevante vmbo- en mbo-opleidingen.

_____________________________________

Hoofdstuk 4 - Duurzaam & schoon Amsterdam

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?
Wij hebben de taak om zorgvuldig om te gaan met de schepping. Vervuiling van de lucht, verspilling van materialen en uitputting van hulpbronnen vormen een grote bedreiging voor de leefbaarheid, veiligheid en gezondheid. De ChristenUnie zet daarom in op een snelle en volledige energietransitie binnen één generatie. Er is geen tijd te verliezen. Een schone en circulaire economie levert veel op voor ons en voor volgende generaties: een gezondere lucht, een beter klimaat en een sterkere economie. De gemeente heeft hierin een belangrijke rol.

Wij willen zo snel mogelijk af van olie, gas en kolen en ruim baan maken voor schone energie. Energiebesparing in de industrie, gebouwde omgeving en mobiliteit wordt topprioriteit. Auto’s zonder uitstoot en energieneutrale huizen worden de norm. Materialen die de Schepper ons geeft willen wij niet verspillen, maar terugwinnen en hergebruiken. Wij kiezen voor de bescherming van waardevolle natuur en een verantwoorde omgang met ruimte en landschap in Nederland.

4.1 Energieke gemeente

Belangrijk is dat omwonenden nauw betrokken worden en kunnen meeprofiteren van de voordelen als het gaat om plannen voor energieopwekking, zoals de plaatsing van windmolens. Participatie zorgt ervoor dat lusten en lasten eerlijker worden verdeeld. Participatie kan op allerlei manieren: van een gebiedsgebonden bijdrage die terugvloeit naar de lokale samenleving tot een aandeelhouderschap van inwoners/coöperatie. Belangrijk is dat het wel mogelijk moet zijn om mee te doen, dus ook voor de kleinere portemonnee. Participatie zou hand in hand kunnen gaan met de levering van groene stroom aan inwoners/bedrijven.

  • Duurzaamheid pakt de gemeente Amsterdam integraal aan: het onderwerp wordt in ieder beleidsstuk waar het relevant is, meegenomen. Heldere en meetbare tussendoelen zijn daarbij cruciaal. De gemeente ontwikkelt samen met de provincie een strategie om de energietransitie vorm te geven.
  • De gemeente zorgt ervoor dat de eigen behoefte aan energie duurzaam, binnen de landsgrenzen opgewekt wordt.
  • In de komende raadsperiode wordt het gemeentelijke inkoopbeleid volledig duurzaam en eerlijk: 100% schone energie uit Nederland en producten die voldoen aan de regels van eerlijke handel.
  • Amsterdamse ambtenaren zijn bijgeschoold om kennis te hebben op het gebied van duurzaamheid.
  • Coöperaties rondom duurzaamheid/milieu van inwoners en/of bedrijven worden aangemoedigd. De ChristenUnie stimuleert particuliere initiatieven (zoals energiecoöperaties) op het gebied van de klimaatopgave, zoals bij het plaatsen van windmolens in het havengebied. Bij grootschalige energieprojecten worden de belanghebbenden betrokken.
  • Een inwoner kan op één plek terecht voor zowel technische als financiële arrangementen om zijn eigen woning aan te passen aan de toekomst. Bij het financiële arrangement speelt de gemeente een rol door te zorgen voor een fonds waaruit geleend kan worden.
  • De ChristenUnie stimuleert initiatieven van woningeigenaren, buurten en andere verenigingen/stichtingen ten aanzien van de aanschaf van energiebesparende producten. Hierbij valt te denken aan zonnepanelen, zonneboilers, warmtepompen, isolatie, windenergie of groene daken, bijvoorbeeld door duurzaamheidsleningen.
  • In de haven aangemeerde schepen maken gebruik van walstroom en wekken niet zelf energie op met smerige dieselgeneratoren.
  • Er is sprake van uniforme en actuele energievoorschriften in de te verstrekken milieu-vergunningen en een adequaat handhavingsbeleid.

Afscheid nemen van gas en kolen

Inmiddels is de aansluitplicht voor gas op woningen verdwenen. De doelstelling is dat Nederland in 2050 geen aardgas meer gebruikt. De ChristenUnie wil dat Amsterdam versneld onafhankelijk is van aardgas, ten minste voor 2040. Huiseigenaren moeten dus aan de slag.

Het sluiten van de Hemwegcentrale is noodzakelijk om Amsterdam Parijsproof te maken. De gemeente ondersteunt de maatschappelijke initiatieven om de Hemwegcentrale over te nemen en een andere bestemming te geven.

Nieuwe energiebronnen

Inwoners en bedrijven schakelen over op duurzame winning van energie. Gemeente Amsterdam heeft hier een arrangement voor gemaakt. Een inwoner moet op 1 plek terecht kunnen voor zowel technische als financiële arrangementen om zijn eigen woning aan te passen aan de toekomst. Bij de aangeboden oplossingen zou het lokale bedrijfsleven een grote rol moeten spelen. Bij het financiële arrangement kan de gemeente een rol spelen (zo mogelijk samen met de provincie) door een revolverend fonds op te richten en daardoor andere investeerders aan te trekken.

Nieuwbouw aansluiten op gas is niet toekomstbestendig. Voor nieuwbouw zijn verschillende alternatieven beschikbaar: onder meer zijn dat warmte koudeopslag (WKO), stadswarmte en de lucht/water-warmtepomp. Deze alternatieven zijn duurzamer en in veel gevallen op de lange termijn kosteneffectief. Bij nieuwbouw wordt er geen gasaansluiting aangelegd.

Zon

Het wordt tijd dat de grote lege daken van gebouwcomplexen en woningen gevuld gaan worden met zonnepanelen, al dan niet gecombineerd met groene daken. De gemeente zet zich in om energiecoöperaties te starten, zodat bewoners samen met private partijen met elkaar kunnen investeren in zonne-energie.

Energieopslag: buurtbatterij

Zodra de Salderingsregeling wordt stopgezet, wordt het voor bezitters van zonnepanelen interessant om energie op te slaan in batterijen. Momenteel worden de eerste experimenten gedaan met zogenaamde Buurtbatterijen. Dit zijn gedeelde batterijen waar je als wijk gebruik van kunt maken. De gemeente zal met de netbeheerder in gesprek gaan om te onderzoeken of en waar buurtbatterijen een waardevolle inpassing kunnen krijgen.

Energiegebruik omlaag

Ook bij het gebruik van duurzame energiebronnen blijft een zuinig energiegebruik de norm. Inwoners en bedrijven worden actief gestimuleerd om duurzaam verantwoord om te gaan met energiegebruik.

  • De lokale industrie wordt uitgedaagd om met elkaar een energiebesparingsconvenant te sluiten. Door samen te werken, brengen bedrijven elkaar tot ideeën, en zetten ze extra stappen om energie-efficiënt te worden.
  • Al het gemeentelijk vastgoed is klimaatneutraal en het wagenpark zuiniger en schoner.
  • Er brandt in de stad teveel onnodig licht. Dat heeft negatieve gevolgen voor de dag- en nachtritmes van mens en dier en kost onnodig energie. Er wordt een actieplan opgesteld om lichtvervuiling tegen te gaan zonder dat dit ten koste gaat van de sociale en verkeersveiligheid. Energiebesparende technieken worden ingezet bij de verlichting van de stad. Ledverlichting is de norm bij openbare straatverlichting.
  • Met woningcorporaties wordt afgesproken dat alle sociale huurwoningen in 2030 energieneutraal (nul-op-de-meter) zijn.
  • Milieubelastende verwarmde terrassen worden tegengegaan en energiebesparing door winkels wordt gestimuleerd (bijvoorbeeld gesloten toegangsdeuren).

4.2 Schone lucht

De Amsterdamse lucht is nog veel te vies, vooral langs de grote verkeersaders en het havengebied. Willen we de lucht schoner hebben zullen rigoureuze keuzes moeten worden gemaakt. De gemeente komt in overleg met Milieudefensie met een actieplan met meetbare doelstellingen en aandacht voor particulier initiatief. Daarnaast wordt de luchtvervuiling door vliegverkeer beter in kaart gebracht.

  • De milieuzones worden grondig geëvalueerd. De zones worden uitgebreid naar heel de stad en de haven.
  • In de verkeers- en vervoersplannen zijn de CO2- en fijnstof- emissiereductie integraal opgenomen. Daarbij wordt aandacht besteed aan alternatieven voor de auto, het stimuleren van gebruik van openbaar vervoer en fietsverkeer.
  • Wanneer de normen voor luchtkwaliteit worden gehaald, moeten maatregelen die zijn ingevoerd om dat te bereiken niet ongedaan gemaakt worden. Er is niks mis met lucht die nog gezonder is dan de norm.

4.3 Afval

De normen voor afvalscheiding worden steeds strenger. In 2020 mag er nog 100 kilo restafval per persoon per jaar zijn. In afval zitten waardevolle grondstoffen die niet verloren mogen gaan. Beter kunnen we afval daarom zien als grondstof. Als afval goed gescheiden wordt ingezameld bij de bron, kunnen de grondstoffen worden aangeboden voor hergebruik. De ChristenUnie vindt dat er voor lastig te verwerken afvalstromen een passende oplossing moet worden geboden.
Initiatieven om minder verpakkingsmateriaal te produceren en te kopen worden gestimuleerd. Voedselverspilling wordt tegengegaan.

  • Het tegengaan van zwerfafval heeft prioriteit. Daartoe verkent de gemeente de mogelijkheid om plastic flesjes en blikjes te vergoeden (€ 0,10) wanneer het ingeleverd wordt. Verder wordt er meer ingezet op buurtreiniging.
  • De gemeente stimuleert Amsterdammers, scholen en maatschappelijke organisaties om afval op een juiste manier (en gescheiden) in te zamelen en faciliteert hen hierin zoveel mogelijk.
  • Er wordt meegedaan aan landelijke bewustwordingsacties rond afval, zwerfvuil en compost.
  • Er zijn voldoende (ondergrondse) containers voor onder meer glas, kleding, kunststoffen, papier en waar mogelijk ook sap- en melkpakken en blik.
  • Hergebruik via kringloopwinkels en afvalbrengstations wordt gepromoot.
  • Al het afval in de restafvalbak van de gemeentelijke milieustraten wordt verplicht nagescheiden, aangezien sorteerders hiervan vaak nog tientallen procenten alsnog kunnen recyclen.
  • Te veel nog bruikbaar afval wordt verbrand. De gemeente Amsterdam zet maximaal in op recycling van het afval van huishoudens, bedrijven en de gemeente. Zij maakt hierbij optimaal gebruik van de reeks beschikbare sorteercapaciteit bij sorteerbedrijven.
  • De gemeente verbrandt alleen afval dat niet verder gerecycled kan worden en zet in op maximale terugwinning van energie. In samenwerking met de andere afvalverbranders en het Rijk wordt gewerkt aan reductie van de capaciteit voor afvalverbranding.
  • Het bevestigen van allerlei reclamemateriaal aan bijvoorbeeld auto’s en fietsen is hinderlijk en zorgt bovendien voor veel zwerfvuil. De ChristenUnie wil hierop een verbod.

Groene gemeente

Het is belangrijk om te weten waar ons eten vandaan komt. Daarbij is een betere verbinding tussen stad en platteland van belang. Stadslandbouw is daarom een goed idee. Het verlevendigt de stad, brengt onze voedselproductie dichter bij huis en maakt de openbare ruimte groener en leefbaarder. De gemeente geeft aan welke gronden er geschikt zijn om (tijdelijk) een stadsakker te beginnen.

  • De gemeente stimuleert de aanleg van buurttuinen, waarbij duidelijk moet zijn of de grond niet vervuild is.
  • De gemeente beschermt de volkstuinen.

4.4 Toekomstbestendig waterbeheer

‘Leven met water’ is een thema dat Amsterdam raakt. Door de toename van versteende gebieden (woonwijken, parkeer- en bedrijventerreinen) en meer extreme buien wordt de maatschappelijke en financiële schade vergroot. De extremen manifesteren zich ook in lange droge, hete periodes. Op beide zijn onze steden niet ingericht. Het is noodzakelijk dat de gemeente een strategie ontwikkelt hoe zij hier mee omgaat en hoe de verwachte schade beperkt kan worden. Een goede samenwerking met de waterschappen is hierin onontbeerlijk. Vervolgens kan met dit plan de samenwerking worden gezocht met de provincie en het deltaprogramma om de noodzakelijke financiering van de projecten rond te krijgen.

  • Er komt de komende raadsperiode een klimaatadaptatieplan dat samen met burgers, het waterschap en de corporaties is ontwikkeld.
  • Inwoners hebben een belangrijke rol als het gaat om waterberging. De gemeente werkt aan bewustwording op dit punt, bijvoorbeeld door een publiekscampagne in samenwerkingen met de bouwmarkten en tuincentra.
  • Inwoners met onverharde tuinen krijgen korting op de OZB of op de rioolheffing.
  • Er wordt zoveel mogelijk ingezet op een aparte afvoer van regenwater.
  • De komende raadsperiode zetten we in op de aanpak van achterstallig rioolonderhoud.
  • De gemeente stimuleert de aanleg van groene daken en kleinschalig groen, en geeft zelf het goede voorbeeld. Daarmee werken we in Amsterdam aan meerdere doelstellingen tegelijk: waterberging, verkoeling, biodiversiteit en zonnepanelen leveren meer rendement.   

_____________________________________

Hoofdstuk 5 - Veiligheid

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?

De overheid heeft de plicht om inwoners te beschermen en criminaliteit te bestrijden.

Buurten en stadsdelen hebben een eigen aanpak nodig en inwoners moeten betrokken zijn bij het formuleren daarvan. Juist bewoners, winkeliers, scholen, politie en woningcorporaties dragen bij aan goede buurten. Veiligheid ligt voor een deel bij de inwoners zelf. Het begin van preventie is een liefdevolle omgeving om op te groeien. Hechte gezinnen vormen goede preventie. Gebrek aan zorg en liefde is een risicofactor, evenals anonimiteit en eenzaamheid. De overheid grijpt in daar waar het uit de hand loopt of dreigt te lopen. Daarnaast dragen burgers ook een eigen verantwoordelijkheid en kan de buurt zelf een rol spelen in het veiliger maken van de buurt. Elke wijk vraagt om haar eigen aanpak en bewoners en organisaties uit de wijk kunnen daaraan bijdragen en zouden daarvoor de ruimte moeten krijgen.

5.1 Een veilige samenleving 

Ook bij de aanpak van veiligheidsproblemen toont de ChristenUnie haar hart voor de samenleving. Hard waar het moet, zacht waar het kan. De ChristenUnie heeft aandacht voor slachtoffers en hun omgeving en stimuleert een effectieve, op herstel gerichte, aanpak van daders.

De gemeente stelt zoals gebruikelijk een integraal veiligheidsbeleid vast, dat gebaseerd is op onderzoek en ervaringen in de verschillende buurten. Betrokkenheid van inwoners en organisaties is van groot belang bij de analyse van veiligheidsproblemen en bij het stellen van prioriteiten bij de oplossing daarvan.

In een veiligheidsplan staan doelen en verantwoordelijkheden van de organisaties die in samenwerking een rol spelen bij veiligheid. De ChristenUnie wil dat het integraal veiligheidsplan zo tijdig door de raad wordt vastgesteld, dat de gemeente invloed kan uitoefenen op het vaststellen van de prioriteiten voor de politie en andere partners in de veiligheidsketen.

Minstens één keer per jaar moet er overleg zijn tussen gemeenteraad, burgemeester, politie en openbaar ministerie waarin gesproken wordt over resultaten. Daarbij wordt ook verslag gedaan van de inzet van mensen en middelen, onderlinge samenwerking en aanrijdtijden van politie, brandweer en ambulances. De gemeenteraad moet een stevige vinger aan de pols houden bij beleid van de Veiligheidsregio.

Amsterdammers worden, als oren en ogen van de politie, actief betrokken bij de veiligheid op straat, in de wijk en in huis. Dit kan bijvoorbeeld door de inzet van Burgernet en WhatsApp-groepen.

Cameratoezicht is een noodzakelijk instrument om de veiligheid te vergroten als dit maar wel goed ingebed is in goede wetgeving (privacy).

De ChristenUnie stimuleert dat inwoners gemakkelijk melding kunnen maken van overlast en van crimineel gedrag, waarbij de politie contact legt met de melder over de resultaten. De mogelijkheid van het anoniem aangifte doen biedt burgers in sommige gevallen veiligheid, maar is nog onvoldoende bekend. De ChristenUnie vraagt om voorlichting over deze mogelijkheid.

De ChristenUnie hecht aan de rol van de wijkagent als aanspreekpunt voor burgers in de wijk en zijn coördinerende taak naar andere politiemedewerkers en de gemeente toe om problemen in de wijk concreet aan te pakken.

  • Versterk de sociale samenhang in de buurt door als gemeente aan te sluiten bij initiatieven uit de buurt. Inwoners worden betrokken bij veiligheid in hun directe omgeving met middelen zoals Burgernet en Buurtpreventie Apps en worden per buurt betrokken bij het opstellen van het veiligheidsplan en de prioriteiten.
  • De gemeente en de stadsdelen communiceren samen met de politie het gewenste gedrag richting de burgers. Niet alleen handhaving is nodig; het begint bij goede communicatie over de verwachtingen die de overheid heeft van de Amsterdammers.
  • De wijkteams, buurtregisseurs en recherche staan onder grote werkdruk. Met veel zwaar werk te verzetten met weinig personeel komt de politie er niet altijd toe om repressief te werken en zichtbaar op straat aanwezig te zijn. Meer personeel op buurtniveau, evenals de versterking van de samenwerking met allerlei partijen, zoals welzijnsorganisaties. Er wordt ingezet op extra beschikbaarheid en zichtbaarheid van de wijkagent, zowel op straat als op social media. De wijkagent bouwt een netwerk op en weet bijvoorbeeld welke ouders of anderen al gezag hebben in de buurt en zo ingezet kunnen worden. De wijkagent wordt ondersteund door voldoende recherche- en ondersteunend personeel.
  • Voor specifieke taken bij handhaving en toezicht worden Buitengewoon Opsporingsambtenaren (boa’s) en buurtpreventieteams ingezet door de gemeente.
  • De burgemeester zorgt voor lage drempels voor het doen van (anoniem) aangifte en voor goede terugkoppeling door politie.
  • Er is een actieplan criminele jeugdbendes, dat zo mogelijk past bij de Top600-aanpak. Hard optreden en tegelijk perspectief bieden zijn uitgangspunten. Ouders en het onderwijs spelen een belangrijke rol.
  • De kosten van vandalisme worden verhaald op daders. De gemeente publiceert regelmatig de resultaten hiervan en de omvang van de schade ten gevolge van vandalisme door middel van een ‘vandalismemeter’.
  • Het is goed dat veroordeelden, nadat ze hun straf hebben uitgezeten, weer met een schone lei in de samenleving kunnen functioneren. Ex-gevangenen worden begeleid zodat herhaling wordt voorkomen. Ook wordt hulp aangeboden in geval van psychische nood. Er is in Amsterdam ruimte voor organisaties als Stichting Exodus die opvang en ondersteuning bieden aan (ex-)gedetineerden.
  • Criminaliteit digitaliseert en burgers zullen steeds vaker slachtoffer worden van allerlei vormen van internetcriminaliteit en online identiteitsfraude. Een nieuwe gezamenlijke aanpak is nodig om mensen (en hun devices) weerbaar te maken.
  • Groot risico is er als basisvoorzieningen (voor langere tijd) uitvallen zoals stroom, communicatielijnen, water, etc. Deze netwerken moet optimaal worden beveiligd tegen hacks en cyberaanvallen.
  • Oud & Nieuw en vuurwerk horen onlosmakelijk bij elkaar. Toch zijn er elk jaar veel vuurwerkslachtoffers te betreuren en brengt vuurwerk veel overlast en materiële - en milieuschade met zich mee. Er worden specifieke plekken in buurten aangewezen waar het vuurwerk mag worden afgestoken. Knalvuurwerk is verboden en er is een leeftijdsgrens voor verkoop en het afsteken van vuurwerk.

5.2 Diversiteit

Wij betreuren dat discriminatie in Nederland aan de orde van de dag is. De mens is geschapen naar het beeld van God. De ChristenUnie verzet zich daarom tegen alle vormen van discriminatie op oneigenlijke gronden.

In een tijd van onzekerheid is het zaak dat wij als mensen op elkaar kunnen bouwen. Als het vertrouwen in de naaste verdwijnt, is er geen sprake van een samenleving. De ChristenUnie wil dat de gemeente meer optreedt bij geweld tegen bijvoorbeeld Joodse en LHBT+ Amsterdammers. Wij willen dat Amsterdam een voorbeeldstad is van tolerantie en respect.

  • Diversiteit is geen excuus om te selecteren op lichamelijke kenmerken, maar gaat uit van de talenten die mensen hebben. Targets zijn geen doel op zich; het gaat om de kracht van gemeenschappelijkheid.
  • Er wordt streng toegezien op het toelatingsbeleid in de horeca. De overheid pakt discriminatie streng aan.
  • De ChristenUnie steunt burgerinitiatieven ter emancipatie van achterstandsgroepen.
  • Discriminatie van en geweld tegen Joodse Amsterdammers en LHBT+ers is een groot probleem in Amsterdam. De gemeente roept een taskforce in het leven die onderzoekt hoe dit probleem het beste bestreden kan worden. Deze taskforce bestaat onder andere uit mensen van de politie, het onderwijs, religieuze organisaties en jongerenwerkers.
  • De gemeente vergroot de aangiftebereidheid bij groepen die veel te maken hebben met geweld en (straat-)intimidatie.

Discriminatie wordt een prominent gespreksonderwerp op school. De ChristenUnie pleit, daar waar het niet gebeurt, voor een campagne rond het onderwerp discriminatie, deze draagt bij aan ons gemeenschappelijk doel, zodat we allemaal kunnen zeggen: ‘Ons Amsterdam’.

Ondermijning: verwevenheid tussen boven- en onderwereld

De gemeente moet zich bewust zijn van de invloed van grootschalige criminele organisaties, o.a. op de ontwikkeling van het onroerend goed en vestigingen van MKB in de gemeente. De ChristenUnie is er voorstander van de wet Bibob gericht en zo veel mogelijk in te zetten. De gemeente werkt in de aanpak van ondermijning nauw samen met het RIEC (Regionale Informatie en Expertise Centra).

  • De gemeente Amsterdam komt met een plan van aanpak Ondermijning ter bestrijding van verwevenheid boven- en onderwereld en daarmee aanpakken van de georganiseerde (grootschalige) criminaliteit.

5.3 Drugs en drank

Mensen zijn te waardevol om in drugs, drank, gokken of prostitutie zichzelf, hun vrijheid en waardigheid kwijt te raken. Het gedogen van deze zaken is geen oplossing, het creëert alleen maar nieuwe problemen. Legalisering is al helemaal niet het antwoord. De overheid stelt duidelijk wat wel en niet mag en heeft oog voor onderliggende problemen.

De ChristenUnie wil de aanwezigheid van coffeeshops en het gebruik van drugs en alcohol actief tegengaan en streng optreden bij overlast. Signalen uit de buurt moeten hierbij zwaar wegen. Wiet is en blijft een verboden middel. Door het wietgebruik tegelijkertijd wel te gedogen geeft de overheid een dubbele boodschap af. De ChristenUnie is tegen het zelf telen van wiet door gemeenten en is geen voorstander van experimenten hiermee in Amsterdam. Tegen illegale hennepkwekerijen wordt hard opgetreden.
De gemeente moet meer doen tegen het toenemende gebruik en de groeiende acceptatie van synthetische drugs. Het dumpen van drugsafval levert enorme milieuschade op en gaat gepaard met illegaliteit en criminaliteit. De ChristenUnie wil dat Amsterdam zich in de regio/provincie sterk maakt voor een Taskforce Drugs om druggerelateerde criminaliteit en overlast aan te pakken.

Met de Drank- en Horecawet van 2013 is de nodige ervaring opgedaan met gemeentelijke handhavingstaken. Deze handhaving vraagt om voldoende beschikbare en goed geschoolde handhavers. Wij vragen extra alertheid op de handhaving van leeftijdsgrenzen. De ChristenUnie wil dat de strijd tegen drankmisbruik gevoerd wordt samen met scholen, ouders, kerken, verslavingszorg, horeca, politie, sportverenigingen en andere betrokkenen.

  • De ChristenUnie wil een actief handhavingsbeleid, waarbij het opleggen van bestuurlijke boetes niet wordt geschuwd.
  • Bij voorlichting wordt gebruik gemaakt van de expertise van organisaties als Jellinek. Ervaringsdeskundigen kunnen de verschrikkelijke gevolgen van een verslaving helpen duidelijk te maken.
  • Het aantal casino’s en gokhallen wordt verminderd en de vestiging van nieuwe wordt voorkomen.
  • De gemeente organiseert voldoende toezichtcapaciteit voor de Drank- en Horecawet. De gemeente gebruikt hiervoor regelmatig mystery guests.
  • Happy hours in de horeca en reclamestunts voor alcoholische dranken worden via convenanten of via de APV aan banden gelegd.
  • Amsterdam zorgt als goede gastheer voor voorlichting over drugs aan toeristen, zoals een folder over de risico’s van drugsgebruik of via de website van toeristische organisaties.

5.4 Prostitutie

Prostitutie is mensonwaardig en gaat in tegen Gods bedoeling met seksualiteit. Criminaliteit, mensenhandel, uitbuiting, eenzaamheid en andere sociale problemen zijn de schrijnende werkelijkheid achter de schone schijn. Wij willen dat de gemeente zorg draagt voor voldoende hulp- en uitstapprogramma’s voor prostituees. Regelmatige prostitutiecontrole is nodig om schrijnende situaties op te sporen, te handhaven en om hulp (via een uitstapprogramma) te kunnen bieden.

Met de verschuiving van prostitutie van de clubs en bordelen naar het thuiswerken dan wel via internet diensten aanbieden, neemt de onzichtbaarheid van de prostitutiebranche toe en daarmee ook het risico op illegaliteit, uitbuiting en mensenhandel. De ChristenUnie wil daarom nieuwe afspraken maken over preventie, opsporing, zorg en samenwerking.

Voor exploitanten moet ondernemen in deze sector zo moeilijk mogelijk gemaakt worden. Daartoe komt er een one-strike-you’re-out-beleid. Na de ‘out’ wordt een pand herbestemd door de gemeente.

Onder jongeren speelt sexting en grooming een steeds grotere rol. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat ouders en scholen samen optrekken als het gaat om voorlichting en hulpverlening.

  • Amsterdam investeert in uitstapprogramma voor prostituees, ook als het Rijk daar geen middelen voor beschikbaar stelt. De gemeente inventariseert de knelpunten voor uittreders en past haar beleid hierop aan. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan een urgentiestatus op de woningmarkt.
  • Wij willen een uitsterfbeleid voor bestaande seksinrichtingen en de vestiging van nieuwe voorkomen. Het aanbieden van betaalde seks is geen taak van de overheid. Het gemeentebordeel sluit per direct haar deuren. Wanneer ‘ramen’ of bordelen gesloten worden, wordt goed nagegaan wat er met de vrouwen gebeurt. Sluiten alleen is geen optie.
  • De gemeente Amsterdam zorgt voor een veilige opvang voor slachtoffers van loverboys, pooiers en mensenhandelaren
  • De gemeente blijft ideële organisaties als het Scharlaken Koord subsidiëren, die aantoonbaar goed werk leveren.
  • De gemeente zoekt naar een alternatief voor de registratieplicht van prostituees. Dit alternatief moet recht doen aan de privacy van de betrokkenen en heeft als doel het tegen gaan van mensenhandel.
  • Initiatieven tot hulp aan bezoekers van prostituees worden door de gemeente gefaciliteerd. Bij voorkeur pleit ChristenUnie voor het strafbaar stellen van bezoekers van prostituees (het zogenaamde ‘Zweedse model’). Wanneer dit gerealiseerd wordt, dient er in Amsterdam stevig op gehandhaafd te worden.  
  • Zolang prostitutie realiteit is verzet de ChristenUnie zicht tegen de uitbuiting van prostituees. Het is daarbij belangrijk dat prostituees niet afhankelijk zijn van pooiers. Nu zijn ze dat vaak wel, omdat niet altijd adequaat door politie of bordeelhouders wordt gereageerd op incidenten. Er komt onafhankelijk hulp voor het invullen van formulieren, zodat prostituees niet afhankelijk zijn van hulp van derden (waaronder vaak een pooier).
  • De Wallen zijn ook zonder seksindustrie aantrekkelijk voor toeristen, bijvoorbeeld met kunst en cultuur of door een gevarieerd winkelaanbod, vergelijkbaar met de negen straatjes. De aanprijzing van ‘the red light district’ in toeristische informatie moet worden geschrapt. De prostituees zijn geen attractie.
  • Er is extra toezicht op illegale prostitutie in woonbuurten en hotels.
  • Wijkteams/professionals volgen een training om loverboysituaties en gevallen van mensenhandel (thuisprostitutie) in de wijk te herkennen en maken afspraken met de politie over handhaving, melding en begeleiding.
  • Op scholen wordt, zowel aan de ouders als aan jongeren, voorlichting gegeven over sexting, grooming en loverboys.

Mensenhandel en uitbuiting

Mensenhandel komt niet alleen in de prostitutie voor maar ook in de horeca, de agrarische sector en productiewerk in de vorm van economische uitbuiting. Alle mogelijkheden om mensenhandel en uitbuiting tegen te gaan, moet de gemeente benutten. Dat betekent dat de verschillende gemeentelijke diensten goed samenwerken en alert zijn op signalen van mensenhandel en daarbij samenwerken met partners zoals politie en openbaar ministerie.

5.5 Radicalisering

Radicalisering vormt een bedreiging voor de manier waarop wij in Amsterdam in vrijheid en veiligheid leven. Het kan levens verwoesten, drijft families tot wanhoop en laat professionals soms verslagen achter. Radicalisering ontstaat als personen of groepen opvattingen ontwikkelen die haaks staan op de democratische rechtsorde en bereid zijn daar in de praktijk voor ons onaanvaardbare consequenties aan te verbinden.
Naast het beschermen van de samenleving, heeft de overheid ook een taak bij het beschermen van de individuele (minderjarige) burger. Aanpak van radicalisering bestaat daarom tegelijk uit het weerbaar maken van individuen tegen radicaal gedachtengoed. Vooral jongeren die op zoek zijn naar hun plek in de samenleving zijn kwetsbaar. Het is daarmee niet alleen een veiligheidsvraagstuk maar ook een maatschappelijk vraagstuk.

  • In Amsterdam is er integraal beleid om radicalisering tegen te gaan.

_____________________________________

Hoofdstuk 6 - Kunst, cultuur & sport 

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?

De aantrekkingskracht van Amsterdam is voor een deel gebaseerd op het unieke aanbod van historie, musea, architectuur en kunstcentra. Amsterdam is een stad waar inwoners genieten van het culturele aanbod en zich zo kunnen ontwikkelen op het gebied van kunst en cultuur. Amsterdam is ook een stad waar kunstenaars graag zijn, waar ze de ruimte krijgen om te werken en hun werk te exposeren en waar talent ontdekt en erkend wordt. Cultuur vormt de ziel van Amsterdam.

In cultuur vinden mensen ontspanning en betekenis. De ChristenUnie ziet meerwaarde van groepen mensen die gezamenlijk hun vrije tijd besteden en zet daarom in op het ondersteunen van verenigingen rondom cultuur. Daarbij vindt de ChristenUnie het belangrijk dat kinderen zich leren uitdrukken in muziek, dans en creativiteit. Dat draagt bij aan de individuele ontwikkeling van kinderen en jongeren en daarmee aan een krachtige en creatieve samenleving. De inzet van de gemeente dient gericht op het stimuleren van deelname, kennismaking en aansluiting van cultuur op het onderwijs aan kinderen en jongeren. De ChristenUnie pleit voor cultuur en sport in de breedte; bereikbaar en betaalbaar voor iedereen.

6.1 Kunst en cultuur

Gemeente Amsterdam blijft broedplaatsen faciliteren, zodat kunstenaars een plek hebben in de stad. Kunst en cultuur zijn van cruciaal belang voor de stad. Kunstenaars moeten niet de stad uit gejaagd worden door hoge huren, bizarre grondprijzen of geestdodende bureaucratie. Kunst en cultuur vormen het hart van de stad. Commerciële evenementen zoals festivals dienen niet in strijd te zijn met de leefbaarheid voor de bewoners.

  • Kunst in de openbare ruimte is toegankelijk voor burgers. Een mooi voorbeeld hiervan is het StreetArtMuseum. Bij projecten in de openbare ruimte zijn burgers betrokken om zorg te dragen voor acceptatie, variatie en een brede toegankelijkheid.
  • Kinderen uit gezinnen in armoede in Amsterdam kunnen met behulp van de Stadspas korting krijgen of gratis deelnemen aan muzieklessen en/of sport. De gemeente ontwikkelt hier passend beleid voor.
  • De gemeente stimuleert samenwerking tussen scholen en culturele voorzieningen.
  • Culturele instellingen en manifestaties die de historie van de stad accentueren en uitdragen, mogen op onze steun rekenen.
  • Bij de beoordeling van subsidieverlening aan culturele instellingen en evenementen is het belangrijk oog te hebben voor het bereik en de spreiding van de cultuurvoorzieningen; alle inwoners kunnen genieten van kunst en cultuur in Amsterdam. Daarnaast spelen ook de bezoekersaantallen, de waardering van de bezoekers, het educatief gehalte en de bijdrage aan de economie en aan de sociale cohesie in Amsterdam een rol.
  • De straten, pleinen en parken van Amsterdam zijn er allereerst voor haar bewoners. Amsterdam is geen openluchtmuseum, maar is er in de eerste plaats voor de Amsterdammers. Het belang van de Amsterdammer staat centraal in het vergunningsbeleid voor evenementen. Evenementen in Amsterdam zijn veilig en gezond. Ze zijn goed toegankelijk en zijn er heldere (subsidie-)afspraken over afval, geluid en drugs.

Monumentenbeleid en musea

Cultuur legt de verbinding tussen verleden, heden en toekomst. Het bewaren en beschermen van objecten, gebouwen, monumenten, documenten en gegevens uit de al dan niet lange lokale en regionale geschiedenis vindt zorgvuldig plaats. Eventueel wordt hiervoor ondersteuning gegeven aan musea en archieven. Musea hebben een cultuurhistorisch belang. Enerzijds om te bewaren en te beheren, anderzijds om door te geven en te leren.

Kerkgebouwen zijn als religieus erfgoed vaak beeldbepalend en drager van onze culturele identiteit. Een aantal kerkgebouwen heeft hun functie verloren. Ze staan leeg of kampen met achterstallig onderhoud. De ChristenUnie vindt het belangrijk dat dat er lokaal zicht is op het aantal kerkgebouwen en de staat ervan, om kansen voor herbestemming niet te missen en samen met de provincie op tijd in te zetten op behoud van het religieus erfgoed.

  • De gemeente ontwikkelt samen met de provincie een visie over het behoud van religieus erfgoed.
  • De gemeente en musea hebben gezamenlijk een plan om de druk op de publieke ruimte te reguleren, bijvoorbeeld door het verruimen van openingstijden en het verbreden van entrees.

6.2 Gebouwen en sportvelden

Beleid op de gebieden sport, cultuur en recreatie richt zich vooral op stimulering van deelname, ondersteuning en faciliteren van verenigingen en initiatieven. Er moet sprake zijn van een gedegen voorzieningen- en accommodatiebeleid. Daarbij zet de ChristenUnie in op toegankelijkheid en bereikbaarheid. Zowel financieel als praktisch. 

De focus van de gemeente dient te liggen op de breedtesport en amateurverenigingen en niet alleen op de topsport en geprofessionaliseerde instellingen. De gemeente moet goed in beeld hebben wat de behoeften zijn aan voorzieningen op het gebied van sport en daar een (financiële) meerjarenplanning voor maken. Accommodaties zijn kostbaar en het is van belang dat verenigingen in redelijkheid bijdragen aan exploitatie en onderhoud.

In het accommodatiebeleid van de gemeente wordt getracht alle verenigingen op een passende en eerlijke maar ook financieel gedegen wijze te bedienen.

Gebouwen worden zo veel mogelijk multifunctioneel benut, enerzijds om het gebruik te optimaliseren, anderzijds om dwarsverbanden tussen (brede) scholen, sportverenigingen, kinderopvang, peuterspeelzalen, bibliotheken, muziekscholen, zorginstellingen, etc. te benutten en samenwerking te versterken. Soms is er een goede samenwerking met recreatieondernemers mogelijk.

Stem accommodatiebeleid af met omliggende gemeenten om na te gaan waar je elkaar kunt versterken en waar je elkaar niet moet beconcurreren.

  • De ChristenUnie wil dat de exploitatielasten van accommodaties naar beneden gaan door in te zetten op lagere energielasten door het verduurzamen van gebouwen en lichtinstallaties. Bij nieuwe aanbestedingen willen wij dit nadrukkelijk betrekken in de bouwplannen en bij groot onderhoud hiervoor advies inwinnen. Dit stimuleert tevens de werkgelegenheid.

Bibliotheken

Bibliotheken zijn van belang voor het leesonderwijs aan onze kinderen, het bestrijden van laaggeletterdheid en bieden alle inwoners leesplezier en toegang tot informatie (ook digitaal). Bibliotheekvoorzieningen staan echter meer en meer onder druk, voornamelijk buiten de ring. Sluiting van buurt/dorpsvestigingen moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Multifunctioneel en innovatief denken kan ook hier de oplossing zijn. Samenwerking met scholen heeft aandacht. Huisvestingskosten kunnen worden verlaagd door een bibliotheek in een ander gemeentelijk gebouw te vestigen (bijvoorbeeld een buurthuis). Er worden ook creatieve, alternatieve haal- en brengsystemen ontwikkeld ter versterking of vervanging van het huidige bibliotheekwerk. De mogelijkheden van (uitbreiding van) inzet van vrijwilligers kunnen worden onderzocht.

6.3 Sportstimulering

Sporten is niet alleen gezond en leuk, maar sport bindt ook samen. Sportstimulering en specifiek het betrekken van minima, ouderen, mensen met een beperking en mogelijk andere doelgroepen is daarom een speerpunt. De ChristenUnie pleit voor open clubs met een sterke verbinding tussen het sociale en het gezondheidsdomein. De Stadspas is een bruikbaar middel om de toegankelijkheid van sport te vergroten. Te voet en te fiets naar winkel, school en werk wordt gestimuleerd.
Het creëren of uitbreiden van fiets-, vaar-, wandel-, en/of hardlooproutes is een doeltreffende en kostenvriendelijke manier om zowel bebouwde als natuurlijke omgeving voor recreatie en beweging toegankelijk te maken. Zeker als dit in regionaal verband uitgewerkt wordt. Aanleg van vaar- en kanoroutes kan (mede) gefinancierd worden door private partijen.

  • Bij de aanleg en herprofilering van woonwijken wordt uitgegaan van de mogelijkheid tot ‘ommetjes’. Hierbij kunnen natuurorganisaties, zoals de werkgroep Natuur&Milieu uit de eigen gemeente behulpzaam zijn.
  • In het beleid van de gemeenten wordt ruim aandacht geschonken aan voorlichting aan minima zodat regelingen optimaal benut worden om sport- en cultuurdeelname mogelijk te maken (bijvoorbeeld jeugdsportfonds en participatiefonds).
  • In regioverband wordt onderzocht hoe met kleine inspanningen knelpunten in de recreatieve structuren kunnen worden weggenomen en nieuwe routes worden aangelegd.
  • Wijken hebben de mogelijkheid om naast kinderspeeltoestellen te kiezen voor publieke fitnessapparaten.
  • Alcohol, roken, drugs en sport gaan niet samen. Alcohol- en drugsgebruik en roken in sportkantines tijdens en aansluitend aan sportactiviteiten wordt ontmoedigd. Een convenant tussen de gemeente en sportverenigingen kan hier een mooi instrument voor zijn.
  • Elk kind in Amsterdam heeft aan het einde van de basisschoolleeftijd het zwem-ABC.
  • Sportvelden zijn niet alleen gericht op jongens.
  • Subsidiëring of (indirecte) financiering van professionele sportbeoefening is geen taak van de (gemeentelijke) overheid. Het binnenhalen van grootschalige sportevenementen is wel een gemeentelijke taak, waarbij voorwaarden gesteld worden over de zogeheten social return: Sportevenementen moeten een feest voor de stad zijn.

_____________________________________

Hoofdstuk 7 - Economie & toerisme

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?
De Amsterdamse overheid speelt, samen met kennisinstellingen, het bedrijfsleven en andere overheden, een belangrijke rol in de versterking van de regionale arbeidsmarkt en de (regionale) circulaire economie. Een sterke economie is een randvoorwaarde en een middel om andere doelen te realiseren. De economie draait niet alleen om groei en consumeren, maar ook om de kwaliteit van leven. Een economie is volgens de ChristenUnie pas gezond als Amsterdammers een kans krijgen en verantwoordelijkheid nemen, er coöperatieve relaties ontstaan, als werken en vrije tijd in balans zijn, als groei groen is en grenzen kent.

Wij zien dat Amsterdam steeds meer een 24-uurs economie wordt. Er is zorg om de groei van psychosociale klachten en de druk van de prestatiemaatschappij. Zo’n economie heeft tot gevolg dat er te weinig sprake is van een gezamenlijk rustmoment. Een collectieve rustdag komt de samenleving ten goede. Bovendien zien we door de toename van koopzondagen dat veel kleine zelfstandigen het extra moeilijk hebben gekregen. De ChristenUnie zet zich daarom in voor het zoveel mogelijk beperken van het aantal koopzondagen, ook in Amsterdam.

De ChristenUnie is trots op de Amsterdamse haven en luchthaven. Die trots moet ons er echter niet van weerhouden er op een realistische manier mee om te gaan: wat is goed voor economie en milieu?

Verder heeft Amsterdam een reputatie hoog te houden als het gaat om de grote diversiteit aan winkels, restaurants en andere faciliteiten in de binnenstad en de verschillende winkelkernen in de stadsdelen. Het is belangrijk de ondernemers te stimuleren om deze winkelgebieden aantrekkelijk en leefbaar te houden. Het gemeentelijk beleid moet gericht zijn op behoud van ruime faciliteiten in de stad.

7.1 Amsterdam onderneemt

Het MKB is onmisbaar voor werkgelegenheid, de lokale economie, voor ontwikkelingen van producten en voor de leefbaarheid. De ChristenUnie komt op voor ondernemers.
De ChristenUnie in Amsterdam wil blijven investeren in goede infrastructuur en betere bereikbaarheid. Ook digitaal. De gemeente moet goede voorwaarden scheppen om lokaal en regionaal en (maatschappelijk) verantwoord ondernemerschap te stimuleren. Zij stelt zich op als een partner voor ondernemers.

Veel mensen werken tegenwoordig zonder in loondienst te zijn, bijvoorbeeld als zelfstandige zonder personeel (ZZP-er). Soms verdienen zij minder dan nodig is om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. De gemeente moet wat de ChristenUnie betreft actief gebruik maken van de wettelijke mogelijkheden om hen zo nodig te ondersteunen.
Het voeren van een bedrijf aan huis moet voor een kleine zelfstandige niet onnodig moeilijk worden gemaakt. Gemeenten kunnen randvoorwaarden, zoals een goede infrastructuur, bevorderen.

  • Alle inzet is gericht op het aantrekken van duurzame werkgelegenheid.
  • Amsterdam zet zich in voor goede samenwerking tussen de gemeente en de provincie en omliggende gemeenten als het gaat om het aantrekken van werkgelegenheid.
  • Sociale ondernemers hebben een grotere kans bij aanbestedingen en overheidsinkoop. Bij alle aanbestedingen is social return een voorwaarde.
  • Voor ondernemers is één (digitaal) loket geopend waar men met alle (aan)vragen terecht kan.
  • Het MKB heeft eerlijk toegang tot gemeentelijke aanbestedingen.
  • ZZP-ers worden begeleid en praktisch ondersteund, bijvoorbeeld door de beschikbaarheid van goed en snel internet voor de hele gemeente te bevorderen, één gemeentelijk aanspreekpunt voor ondernemers en flexplekken in het stadhuis en stadsdeelkantoren open te stellen voor startups.
  • Bij de herinrichting of renovatie van de openbare ruimte zijn ondernemers nauw betrokken bij de werkzaamheden om draagvlak te creëren en de overlast te beperken.
  • De ChristenUnie wil dat de gemeente ondernemers niet frustreert, maar motiveert door opdrachten binnen 30 dagen uit te betalen aan de ondernemers.
  • De ChristenUnie is geen voorstander van privatisering van organisaties die een nutsfunctie hebben in de samenleving en waarin Amsterdam een aandeel heeft.
  • De inkoop van de gemeente is zoveel mogelijk lokaal en/of regionaal.
  • De gemeente faciliteert indien mogelijk initiatieven om breedband in het buitengebied aan te leggen.
  • Winkelverenigingen worden gestimuleerd om afspraken te maken over collectieve rustmomenten.
  • De gemeente Amsterdam ondersteunt initiatieven die rust creëren, zoals autovrije dagen of stiltepleinen of -parken.

Duurzame Bedrijventerreinen

De ChristenUnie zet zich in voor de samenwerking tussen ondernemers op de bedrijventerreinen, bijvoorbeeld door het instellen van een zogenaamde ondernemersfonds/parkmanagement om het gebied up-to-date te houden en verduurzaming te stimuleren.

  • Bedrijventerreinen in Amsterdam hebben goede faciliteiten (parkmanagement/gezamenlijke parkeer- en afvaloplossingen) en zijn digitaal goed bereikbaar (glasvezel).
  • Bedrijventerreinen zijn duurzaam ingericht. Bij voorkeur functioneren zij klimaatneutraal.
  • Bedrijventerreinen zijn optimaal ontsloten voor openbaar vervoer en fietsverkeer.
  • Geen nieuwe bedrijventerreinen als er geen duurzame oplossing is voor leegstand op oude bedrijventerreinen
  • Op bedrijventerreinen is verdichting mogelijk en daar moet gebruik van worden gemaakt: er kunnen woningen worden toegevoegd, of anders meer bedrijven op dezelfde ruimte door meerlagenbouw en ondergronds parkeren.
  • Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de faciliteiten op bedrijventerreinen: parkeergarages worden overdag door bedrijven gebruikt, ’s avonds door eventuele bewoners.
  • Veel soorten bedrijven worden gemengd met woningen (kantoren, kleine bedrijven). Boven winkels wonen wordt gestimuleerd, ook voor de levendigheid. Daarnaast worden benedenverdiepingen van woongebouwen in belangrijke straten zo gebouwd dat ze ook geschikt zijn voor bedrijven.
  • Bedrijven die vanwege overlast of gevaar niet bij woningen in de buurt kunnen staan, worden bij voorkeur gevestigd bij soortgelijke bedrijven of op plaatsen waar vanwege Schiphol geen woningen mogen komen. Het Westelijk Havengebied blijft zoveel mogelijk beschikbaar voor havengebonden bedrijven.
  • Als locaties worden gekozen, wordt ook rekening gehouden met de bereikbaarheid, de aan- en afvoer van goederen en afval; bij een ROC moet openbaar vervoer zijn, bij een kroeg moeten fusten geladen kunnen worden. De detailhandel verandert van aard en structuur. Hierop wordt ingespeeld door aandacht te geven aan de leefbaarheid en sociale veiligheid van de winkelgebieden. Door een (gezamenlijke) aanpak van winkelcriminaliteit en een goed winkellocatiebeleid wordt de positie van (kleine) winkeliers verbeterd.

Haven en Luchthaven

  • Samenwerking van Schiphol met de luchthaven Lelystad verdient de voorkeur boven verdere uitbreiding van Schiphol om Amsterdam te ontzien. In de toekomstplannen van Schiphol is de leefbaarheid voor bewoners het uitgangspunt. Schiphol speelt een cruciale rol in de economie. De stad heeft hiervan de lusten maar draagt ook zeker de lasten. Geluidsoverlast en luchtvervuiling worden tot een minimum beperkt. Voor vliegen moet een (voor het milieu) eerlijke prijs komen. Compensatie voor CO2uitstoot wordt de norm. Maatschappijen die CO2neutraal vliegen (compensatie) worden beloond door goede slots.
  • In de Amsterdamse haven wordt beter gecontroleerd op de illegale verscheping van afval naar met name landen buiten Europa.
  • De groei van de Amsterdamse haven is alleen zinvol als er niet alleen geschoven wordt met goederen. Groei moet ook leiden tot (lokale) werkgelegenheid. Duurzaamheid en milieusparing staan bij de groei centraal.
  • De Amsterdamse haven is de grootste cacaohaven ter wereld. De gemeente spant zich zoveel mogelijk in om alle overgeslagen cacao fairtrade te laten zijn. Ook voor andere producten verkent de gemeente mogelijkheden om hier stappen in te zetten.
  • Cruiseschepen behoren tot de meest vervuilende vormen van transport. De gemeente Amsterdam zoekt in Europees verband naar middelen om deze schepen uit de stad te weren.

Gezonde agrarische sector

Voedsel is een geschenk van God aan mensen. Boeren en tuinders werken aan goed en gezond voedsel en hebben een nauwe verbondenheid met de schepping. De ChristenUnie is trots op onze agrarische sector en heeft hart voor boeren en tuinders. Een toekomstbestendige agrarische sector heeft een gezonde economische basis, is innovatief, gaat zorgvuldig om met bodem, grondstoffen en energie en produceert in balans met dier en leefomgeving. Jonge boeren en tuinders verdienen een goede toekomst.

  • Bij het opstellen van de visie op het buitengebied wordt ingezet op een toekomstbestendige agrarische sector.
  • Om verloedering tegen te gaan, ontwikkelt de gemeente beleid voor Vrijkomende Agrarische gebouwen (VAB). Bijvoorbeeld door het inrichten van een sloopbank.
  • De ChristenUnie vindt dat landbouwbedrijven zich primair moeten richten op de agrarische sector, op het in stand houden van het agrarisch gebied. Ondergeschikt daaraan krijgen landbouwbedrijven ruimhartig de mogelijkheid nevenactiviteiten uit te voeren zoals landschapsonderhoud, toerisme etc.
  • Landbouw- en visserijondernemingen krijgen de ruimte voor een moderne bedrijfsvoering door investeringen mogelijk te maken, voor zover deze een bijdrage levert aan duurzaamheid, dierenwelzijn, energiebesparing, milieu en landschap.
  • Boeren krijgen een adequate vergoeding voor natuur- en landschapsbeheer en weidevogelbeheer.

7.2 Recreatie en toerisme

Samen met recreatie- en toeristische ondernemers wordt een plan opgesteld waarin verblijfsrecreatie in en rond Amsterdam wordt geoptimaliseerd. De Gemeente Amsterdam informeert toeristen over de omgangsnormen in onze stad, bijvoorbeeld met betrekking tot afval, drugs en het verkeer. De stevige aanpak van illegale hotels blijft van kracht.

Het is druk in de stad. Op sommige plekken en momenten is de druk door toeristen te groot waardoor er overlast ontstaat. De leefbaarheid van Amsterdammers staat extra onder druk. Amsterdam is en blijft een populaire bestemming en zal de komende jaren alleen maar meer toeristen aantrekken. Een regionaal actieplan over recreatie en toerisme zal duidelijke grenzen moeten aangeven. Amsterdam heeft wat betreft drukte al grenzen bereikt. Hotelstops, heldere regelgeving en handhaving op (eigen) woningverhuur begrenzen het aanbod. Woningen worden niet meer (illegaal) onttrokken voor toerisme.

  • De toeristenbelasting wordt fors verhoogd. De extra inkomsten worden ingezet voor meer handhaving en schoon houden van straten.
  • Naast de ontsluiting van toeristische trekpleisters wordt ingezet op een optimale ontsluiting van fietsverbindingen, voor zowel het recreatie als het woon-werk verkeer.
  • Amsterdammers en lokale ondernemers zijn betrokken bij gebiedspromotie van bijvoorbeeld Nieuw-West, Noord of Zuid-Oost; gebieden, rijk aan initiatieven op het gebied van kunst, cultuur en recreatie.
  • Het landelijk gebied rondom Amsterdam, zoals rond Holysloot, Durgerdam, Ransdorp, Zunderdorp en Schellingwoude is een mooi gebied voor de Amsterdammers om dichtbij huis te genieten van een oase van rust, agrarisch leven in een prachtig landschap met een unieke flora en fauna. Uniek en beschermwaardig.
  • Gemeente Amsterdam moet naar een balans zoeken tussen toerisme en natuurbeheer en betrekt bewoners bij gebiedsontwikkeling. Parken zijn niet bestemd voor en berekend op festivals en feesten.
  • Privéverhuur aan toeristen (zoals bv Airbnb) moet flink worden ontmoedigd; het zorgt niet voor reguleerbare groei van toeristen, verlaagd de sociale cohesie in wijken, onttrekt woningen aan woningzoekenden en zorgt voor overlast.
  • Ruiterpaden moeten zoveel mogelijk ontdaan worden van wildroosters.

_____________________________________

Hoofdstuk 8 - Wonen, ruimte & natuur

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar kiest de ChristenUnie voor?

Amsterdam is een prachtige stad om in te wonen. De bevolking zal de komende decennia verder groeien. Om deze groei op te vangen bouwt de gemeente veel woningen en zullen er ook veel nieuwe woningen gebouwd moeten worden. Zeker omdat in de stad steeds meer kleine huishoudens komen. Er is doelgericht beleid nodig om de woningmarkt op een duurzame manier in te richten en de leefbaarheid van Amsterdam te blijven waarborgen.

8.1 Wonen

Woningen voor starters, gezinnen en middeninkomens

De ChristenUnie kiest voor specifieke aandacht voor woningen voor gezinnen. Met 12% eengezinswoningen heeft Amsterdam met afstand het laagste percentage van het land en veel jonge gezinnen voelen zich gedwongen naar randgemeenten te verhuizen omdat er geen (betaalbare) woning voor handen is. De ChristenUnie is er van overtuigd dat we in Amsterdam gezinnen moeten koesteren; kinderen zorgen voor cohesie in de buurt. Het is belangrijk dat mensen zich aan de stad gaan hechten en gaan inzetten voor hun straat of buurt. Woningen voor gezinnen zullen niet alleen bestaan uit rijtjeshuizen, maar kan ook slimme appartementen in aantrekkelijke, levensloopbestendige wijken betekenen.

  • Amsterdam stelt zichzelf ten doel om tenminste 15% van de woningvoorraad uit eengezinswoningen te laten bestaan.
  • Projectontwikkelaars worden door de gemeente uitgedaagd om te komen met nieuwe woonconcepten voor stedelijke gezinnen en middeninkomens.
  • Woningsplitsing en woningonttrekking wordt ontmoedigd. In wijken waar de leefbaarheid onder druk staat komt een verbod op woningsplitsing. In andere wijken wordt nadrukkelijker samengewerkt met de VvE om de houding ten aanzien van woningsplitsing te bepalen. Er komt een verbod op het splitsen van eengezinswoningen.
  • In wijken met een hoog percentage sociale huurwoningen moeten huurders de mogelijkheid krijgen hun sociale huurwoning te kopen.
  • Wij pleiten voor invoering van de zogenaamde starterslening voor mensen die sociaal of economisch gebonden zijn aan Amsterdam. Deze lening die door de gemeente wordt verstrekt is een extra lening voor de aankoop van een eerste koophuis. Speciaal voor die situaties waarbij de woonlasten net te hoog zijn voor het inkomen. Sommige jongeren hebben een steuntje in de rug via ouders, maar er zijn veel andere jonge mensen die dat niet hebben. De starterslening komt bovenop de hypotheek die een bank geeft en de lening is gedurende de eerste drie jaren renteloos en aflossingsvrij. Daarna moet rente en aflossing worden betaald. De starterslening wordt uitgevoerd door de Stichting Stimuleringsfonds Volkshuisvesting.
  • Het moet mogelijk worden om vergunningvrij een tijdelijke en verplaatsbare mantelzorgwoning te laten plaatsen als bijgebouw. Hierin kunnen voorzieningen als woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer zijn. Bij gebrek aan ruimte moet woningsplitsing mogelijk zijn.

Toekomstige generaties

Keuzes die we nu maken, hebben gevolgen voor de leefomgeving van toekomstige generaties. De gemeente heeft hierin een belangrijke regierol. Ecologische, economische en demografische ontwikkelingen (krimp en/of groei) maken het mogelijk en noodzakelijk dat er een omslag komt: van sloop en nieuwbouw naar hergebruik, van bebouwen van de open ruimte naar hergebruik en herstructurering van al bebouwd gebied. De gemeente Amsterdam zal duidelijke keuzes moeten maken. Ruimtelijke ordening is bij uitstek het onderwerp waar inwoners nauw bij betrokken moeten worden, want het gaat tenslotte over de kwaliteit van de eigen leefomgeving.

  • De ChristenUnie wil de transformatie van kantoorgebouwen naar woningen krachtig bevorderen. Daarbij wordt voorkomen dat gemeenten de verliesposten krijgen van de projectontwikkelaars. De gemeente heeft vooral een rol in wijziging van bestemmingsplannen.
  • Leegstaand gemeentevastgoed en ruimte boven winkels wordt in samenspraak met de gemeente beschikbaar gesteld als startup co-working spaces die met behulp van collectieve huurovereenkomsten aantrekkelijk zijn voor startups om te gebruiken.
  • De gemeente ontwikkelt een plan van aanpak ‘asbestsanering’ zodat alle daken in Amsterdam voor 2024 asbestvrij zijn. Hiervoor wordt samenwerking met de Provincie gezocht.
  • Door middel van een woonvisie met ambitieuze duurzaamheidsdoelstellingen voert de gemeente een integraal en duurzaam woonbeleid. Levensloopbestendige woningen zijn de norm.
  • Amsterdam spreekt de ambitie uit al in 2040 (momenteel 2050) een aardgasloze stad te zijn en intensiveert de inspanningen om reeds bestaande woningen van het gas af te halen.
  • Amsterdam bouwt zoveel mogelijk levensloopbestendige woningen en wijken, ondersteund door een goede infrastructuur. Eventuele belemmeringen in de regelgeving worden zoveel mogelijk weggenomen. Renovaties worden door woningcorporaties aangegrepen om woningen levensloopbestendig te maken.
  • Gemeente ziet erop toe dat alle woningen een energielabel krijgen, zoals wettelijk verplicht is.

Woningcorporaties

Bij de realisatie van goede sociale huurwoningen en behoud van de leefbaarheid van wijken spelen woningcorporaties een belangrijke rol. De ChristenUnie geeft woningcorporaties de ruimte om innovatief, vraaggericht en toekomstvast te kunnen bouwen, maar biedt daarbij wel duidelijke kaders via een gemeentelijke woonvisie. Tegelijkertijd is het goed als corporaties van de keuzes die zij maken nadrukkelijker verantwoording afleggen aan de lokale samenleving (via hun bewoners, via de gemeentelijke aansturing).

Woningcorporaties dragen zorg voor voldoende sociale huurwoningen. Wanneer zij moeilijkheden ondervinden hun investeringen te financieren, zijn gemeentelijke of provinciale borgstellingen te overwegen. Woningcorporaties spelen ook een rol op de koopmarkt. De ChristenUnie juicht de ‘sociale koop’ toe. Het is goed dat er steeds meer goedkope koopwoningen komen, waarbij woningcorporaties via Verenigingen van Eigenaren medeverantwoordelijk blijven voor het beheer en de woningen uiteindelijk ook weer terugkopen. Dit helpt de kloof tussen huren en kopen te dichten en voorkomt dat woningen uit het goedkope segment voor fikse prijzen de markt opgaan. Woningcorporaties hebben een blijvende taak ten aanzien van de leefbaarheid, op het niveau van de buurt en de wijk. Daarbij organiseren corporaties het leefbaarheidsbeleid niet alleen voor maar vooral mét de bewoners. Het ontstaan van ‘Verenigingen van Wijkeigenaren’ is in dat kader een mooi model. 

  • De gemeente besteedt in de prestatiecontracten met de woningcorporaties aandacht aan de beschikbaarheid van goede sociale huurwoningen, de leefbaarheid in wijken en de sociale koopsector.
  • De belangrijkste taak van woningcorporaties moet zijn: woningen realiseren voor lage inkomensgroepen en anderen die niet zelfstandig in hun huisvesting kunnen voorzien.
  • De gemeente Amsterdam stelt met de woningcorporaties doelen op, gericht op het verbeteren van de energiehuishouding van woningen.
  • In de woonvisie komen duidelijke afspraken met de corporaties te staan over de volledige verduurzaming van hun woningvoorraad.
  • Vrouwen of mannen die uit de prostitutie willen stappen hebben voorrang bij het zoeken naar een sociale huurwoning.

Woningmarkt

Het woonbeleid van Amsterdam moet gebaseerd zijn op de actuele vraag én op toekomstige ontwikkelingen. In de gemeentelijke woonvisie wordt daarom integraal naar de lokale woningmarkt gekeken en worden de noodzakelijke maatregelen beschreven. Naast woningcorporaties, krijgen ook bewonersorganisaties en huurdersverenigingen wat de ChristenUnie betreft een prominente rol bij het opstellen van deze visie.

  • Amsterdam biedt starters de mogelijkheid gebruik te maken van de starterslening en het starterscontract. Dit zijn goede instrumenten om (door)starters op de woningmarkt net dat zetje te geven om wel een woning te kunnen kopen en zo de doorstroming te bevorderen op de huizenmarkt.
  • Er wordt regionaal samengewerkt tussen gemeenten als het gaat om wachtlijstbeheer, nieuwbouw en studentenhuisvesting.
  • De gemeente handhaaft het kraakverbod en actief leegstandbeheer.
  • Ouderen in een koopwoning kunnen gebruik maken van een Blijverslening om de woning aan te passen zodat ze er, ondanks toenemende lichamelijke beperkingen, kunnen blijven wonen.
  • De gemeente stelt alles in het werk om uitbuiting van huurders te voorkomen, door voorlichting, de aanwezigheid van laagdrempelige juridische hulp en het hard aanpakken van zogeheten huisjesmelkers.

Erfpacht

Het nieuwe stelsel dat nu in Amsterdam is ingevoerd, waarbij de erfpacht eeuwigdurend kan worden afgekocht, is al een sterke verbetering met het oude stelsel waarbij slechts voor een periode van 50 jaar kon worden afgekocht.

De ChristenUnie blijft echter voorstander van eigendom boven erfpacht en vindt dat het afgeschaft moet worden. Dit instrument is niet nodig voor een goed ruimtelijk beleid en geeft de overheid de mogelijkheid om als grondeigenaar via het erfpachtcontract allerlei privaatrechtelijke regels aan de erfpachter op te leggen die een eigenaar niet via deze weg zou hoeven te dulden.

Wijken

Het is belangrijk om als gemeente een duidelijke visie te hebben op de woningmarkt. Maar losse woningen maken niet de buurt of de wijk, dat doen de bewoners, waar nodig geholpen door de gemeente.

  • Woonconcepten waarin bewoners (een deel van) hun huur betalen door middel van social return in de wijk wordt aangemoedigd.
  • Zorg voor variatie in woninggrootte en -type binnen een wijk, zodat de bevolkings-samenstelling gevarieerd is en mensen een wooncarrière kunnen doorlopen binnen een wijk.
  • Ouderen die hulpbehoevend worden, wonen zo lang mogelijk te midden van niet-hulpbehoevenden om de optie van burenhulp te laten bestaan. Contact tussen buren, juist ook met de hulpbehoevenden onder hen, wordt gestimuleerd.
  • Bij nieuwbouwprojecten zijn buurtbewoners betrokken die in de wijk wonen en die overwegen naar die nieuwbouw te verhuizen. Dat vergroot de kwaliteit van het ontwerp en de latere betrokkenheid van bewoners bij de buurt.
  • Voor de leefbaarheid en sociale veiligheid is het goed als veel woningen een eigen voordeur en (gevel)tuin aan de straat hebben. In hoge appartementencomplexen kan dat toegepast worden voor de benedenwoningen.
  • De ChristenUnie is tegen verstedelijking van bestaande dorpskarakters in Amsterdam, zoals die te vinden zijn in Driemond, Zunderdorp, Sloten en Holysloot. Faciliteiten als een buurtsupermarkt worden daar zoveel mogelijk behouden.

8.2 Ruimte

We zijn allemaal verantwoordelijk voor de openbare ruimte. Vanouds beheert de gemeente de ruimte, maar dat kan ook heel goed door bewoners gedaan worden. Als de Amsterdammers het zelf doen, wordt de kwaliteit van het groen hoger en de wijk leuker: de wijk wordt beter onderhouden en het versterkt de sociale samenhang.

Iedereen wenst een leefomgeving waar het prettig wonen, werken en recreëren is. Maar daarvoor moet je wel goede afspraken met elkaar maken. Inwoners, ondernemers en overheden worstelen met het huidige omgevingsrecht: het is te complex en versnipperd. Daarom komt er per 1 januari 2019 een nieuwe wet: de Omgevingswet. Doel van deze wet is het eenvoudiger maken van regels en meer ruimte bieden voor participatie. De nieuwe wet moet de bestaande wetten vervangen en zorgen voor een integrale én gebiedsgerichte benadering. De overgang naar de Omgevingswet is een enorme operatie die niet alleen het ruimtelijke domein aangaat, maar ook het sociale en gezondheidsdomein.

De energietransitie gaat een grote impact hebben op onze ruimtelijke inrichting. In het duurzame tijdperk gaan we allemaal wat merken van alternatieve energieopwekking. Inrichting van de ruimte moet aansluiten bij het eigen karakter van landschappen, dorpen en steden. Daarom is het belangrijk dat ruimtelijke beslissingen zo lokaal mogelijk worden genomen, met veel aandacht voor participatie van inwoners, bedrijven en belangenorganisaties.

  • Optimaal voorbereiden op nieuwe Omgevingswet. De gemeente anticipeert op de invoering van de nieuwe Omgevingswet door het bestuurlijk ambitieniveau te bepalen en te investeren in scholing van ambtenaren en raadsleden.
  • De gemeente wijst deelgebieden aan waar ervaring opgedaan wordt met het werken onder de nieuwe Omgevingswet.
  • Bij de voorbereidingen op de Omgevingswet werkt de gemeente nauw samen met de Provincie en andere overheden.
  • Door middel van een (beeld)kwaliteitsplan maakt de gemeente samen met haar inwoners afspraken over de openbare ruimte.
  • Ruimte voor energie. Onderdeel van het nationale plan energietransitie is ook een samenhangende visie op de ruimte voor duurzame energieopwekking. Geen wildgroei, maar zorgvuldige planning met participatie van onderop. De gemeente formuleert daarom in de komende periode haar eigen visie op het energielandschap in Amsterdam.
  • De ChristenUnie vindt goed beheer en onderhoud belangrijk. Het wegwerken van de onderhoudsachterstand van bruggen en viaducten heeft prioriteit.
  • Buurtbewoners worden aangemoedigd om stukjes groen in de wijk te adopteren en krijgen een budget om dit te onderhouden.

8.3 Natuur

De ChristenUnie zet zich in voor het behoud van het landschap, voor de bescherming van het milieu en de biodiversiteit. In een wereldstad als Amsterdam zijn de bossen en parken de longen van de stad. Natuur is kwetsbaar en kan niet voor zichzelf spreken. Er zijn dus regels nodig om de natuur te beschermen. De gemeente moet bijdragen aan behoud, verbetering en een harmonieuze ontwikkeling van de leefomgeving.

  • Bij de inrichting van de openbare ruimte wordt rekening gehouden met (historische) landschappelijke elementen.
  • Geen bezuiniging op natuur- en milieueducatie.
  • Natuur is ‘beleefbaar’ en toegankelijk door de aanleg en onderhoud van goede wandel- fiets- en beleefpaden.
  • Samenwerking tussen provincie, gemeente, waterschappen, agrarische sector, Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer en land- en tuinbouworganisaties wordt gestimuleerd.
  • Flora en fauna in de Waterleidingduinen wordt beschermd; door overloopgebieden kunnen damherten en andere dieren zich verspreiden naar andere gebieden.
  • Toezicht op dierenopvang, kinderboerderijen en maneges staat in het teken van dierenwelzijn.
  • Bestrijden van onkruid en ongedierte is biologisch verantwoord.
  • Op meer plekken in de stad zijn bijenlinten aangelegd (al dan niet samen met bewoners)
  • Stimuleren en aanleggen van meer (kleinschalig) groen. Minder tegels, meer ruimte voor groen, dieren en opvang van regenwater.
  • Subsidies voor groene daken en groene muren is aantrekkelijker gemaakt en bij nieuwbouw standaard ingepast.
  • Vogelvriendelijk bouwen wordt gestimuleerd.
  • Geveltuinen worden standaard aangelegd bij nieuwbouwlocaties
  • De besteding van het herplantfonds aan de buurt waar de bomen aan onttrokken zijn wordt verantwoord. Er wordt met bewoners samen nagedacht over herplanting in de wijk. Amsterdammers kunnen een aanvraag doen voor een boom in eigen tuin.
  • Het oplaten van (wens-)ballonnen is niet toegestaan, wegens milieubelasting en brandgevaar.

_____________________________________

Hoofdstuk 9 - Mobiliteit

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?

Mobiliteit brengt mensen bij elkaar en is nodig voor een sterke economie. Mobiliteit is in ontwikkeling vanwege digitale innovatie in het verkeer, de financiële houdbaarheid van het huidige openbaar vervoer, de opkomst van elektrische en zelfsturende vervoersmiddelen (fiets en auto), het nog steeds groeiende aantal auto’s op de weg en verkeersonveiligheid. De mobiliteit mag steeds minder negatieve impact hebben op de kwaliteit van onze leefomgeving en de leefbaarheid. Om die reden is de ChristenUnie voorstander van het weren van vervuilende (bestel-)auto’s en scooters op wegen met een hoge luchtvervuiling. Bijvoorbeeld door het instellen van een stadsbrede milieuzone.

We kiezen voor verduurzaming van de mobiliteit, vermijden van overbodig verkeer, een betere benutting van de bestaande infrastructuur en het beter met elkaar verbinden van de verschillende vervoerssoorten: auto, publiek vervoer en fiets bij het personenvervoer, en scheep- en binnenvaart, spoor en weg bij het goederenvervoer. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid (samen met de Vervoerregio, de provincie en het Rijk) om te zorgen voor een infrastructuur van een kwalitatief hoog niveau.

9.1 Voetganger en fiets voorop

Lopen is milieuvriendelijk, vraagt geen parkeerruimte en is bovendien gezond. Omdat lopen de minste maatschappelijke kosten heeft moet de keuze voor lopen boven andere vervoerswijzen worden gestimuleerd.

  • Voor ouderen en andere mensen die minder mobiel zijn, zijn de looproutes naar het centrum, belangrijke ontmoetingsplekken en (zorg)voorzieningen zoveel mogelijk onderhouden en aangepast naar hun behoeften (comfortzones). Verkeerslichten hebben langere groentijden.
  • Voldoende brede en obstakelvrije trottoirs voor de voetganger zijn essentieel in de stad. Zo nodig zijn straten daarvoor autovrij en soms zelfs fietsvrij (vooral in het centrum). Aanleg van vrije fietspaden moet niet ten koste gaan van de benodigde ruimte voor voetgangers. Vrije doorloopruimte trottoirs wordt gehandhaafd op geparkeerde fietsen en andere objecten.
  • Veilige looproutes naar scholen en speelvoorzieningen hebben prioriteit.

De ChristenUnie wil een ambitieuze fietsagenda voor Amsterdam. Alle Amsterdammers moeten kunnen (leren) fietsen in een (sociaal) veilige omgeving. Er wordt veel gefietst in Amsterdam en de fietspaden zijn op sommige plekken en tijden erg vol. Waar mogelijk wordt de infrastructuur hierop aangepast of alternatieve routes aangelegd. Scooters worden in heel Amsterdam in 50km gebieden naar de rijbaan verplaatst. Ook parken en natuurgebieden worden zoveel mogelijk scootervrij.

  • Meer ruimte voor de fiets betekent ook het aanleggen van fietsstraten of soms zelfs het weren van gemotoriseerd verkeer en het verlagen van de snelheid. Er is aandacht voor snelle, regionale fietspaden met oplaadpunten voor de elektrische fiets om ook forenzen te stimuleren op de fiets naar Amsterdam te komen.
  • Ook aandacht voor korte afstanden; boodschappen doen, naar school of naar sportactiviteiten kan lopend of met de fiets. Rondom scholen wordt het fietsverkeer verder gestimuleerd en de auto meer geweerd.
  • Fietsen wordt gepromoot. Goede fietsen van AFAC worden betaalbaar aangeboden aan minder bedeelden. Fietslessen zijn belangrijk, zowel voor kinderen als voor volwassenen.
  • Het verwijderen van ongebruikte fietsen vindt veel frequenter plaats om fietsenrekken en -stallingen beschikbaar te houden.
  • De fietsverbindingen met Amsterdam-Noord wordt verbeterd. Vanwege de scheepvaart zouden eventuele bruggen hoog en beweegbaar moeten zijn. De vraag is hierbij of de kosten van een brug over het IJ opwegen tegen de gewenste vervoerwaarde.

9.2 Auto en parkeren

De ChristenUnie wil het gebruik van de auto terugdringen, maar wel stapsgewijs, vanwege de belangrijke plaats die de auto nu nog inneemt in het verkeer. Bezoekers van Amsterdam gaan zo min mogelijk met de auto de stad in- of door. Hoge parkeertarieven zijn daarom begrijpelijk, al lijkt het maximum inmiddels wel bereikt. Er komen meer mogelijkheden om de auto buiten de Ring A10 achter te laten om vervolgens met het openbaar vervoer de stad in te trekken. Bestaande P&R-terreinen worden waar nodig uitgebreid. Via digitale informatie wordt aangeven waar nog parkeerplekken beschikbaar zijn.

  • De ChristenUnie wil de luchtkwaliteit verbeteren. Een mogelijkheid hiertoe is het instellen van een milieuzone voor heel Amsterdam, waardoor vervuilende auto’s geweerd worden en niet verplaatst worden naar de randen van de stad.
  • De ChristenUnie juicht de nieuwe mogelijkheden voor (elektrisch) autodelen toe. Bewoners en bedrijven lenen en delen auto’s steeds meer, in plaats van ze te bezitten.
  • Meer plekken in Amsterdam zijn autovrij of is de auto er te gast.
  • Er zijn meer laadpunten voor elektrische vervoersmiddelen.
  • Invoeren van betaald parkeren of blauwe zone in woonwijken gebeurt alleen bij voldoende draagvlak van bewoners en met reële vergunningafgifte. Parkeerproblemen worden niet verplaatst naar andere buurten.
  • Parkeergeld wordt zoveel mogelijk aangewend om de kwaliteit van de openbare ruimte, parkeergelegenheid, wegen en fietspaden te bevorderen.
  • De prijs van het parkeren op straat en in een parkeergarage groeit naar elkaar toe.
  • Bij het bouwen en onderhouden van parkeergarages is (sociale) veiligheid een belangrijk item. Parkeergarages worden efficiënter benut. Waar sommige garages nu overdag volstaan met bezoekers en werknemers in Amsterdam staan deze in de nacht leeg. Er zijn stimulansen om auto’s ‘s nachts niet op straat maar juist in parkeergarages te parkeren.
  • Bij de aanleg en het onderhoud van transferia wordt zorgvuldig gezocht naar een optimale aansluiting op het reguliere openbaar vervoer, vervoer per auto en fietsgebruik.

9.3 Verkeersveiligheid

Het verkeer in Amsterdam veroorzaakt nog te veel doden en gewonden, helaas ook onder jongeren en kinderen. Ook voor bezoekers van de stad is Amsterdam een grote verkeersjungle. Het beleid moet er op gericht zijn het aantal slachtoffers fors terug te dringen, door een gezamenlijke aanpak in verkeersonderwijs, voorlichting, handhaving en aanleg van veilige infrastructuur. Amsterdam wordt weer een stad waar de kwetsbare verkeersdeelnemer zich veilig voelt en zich zelfstandig kan verplaatsen.

  • Elk kind heeft toegang tot goed verkeersonderwijs. De gemeente stimuleert dat scholen zich inzetten voor het realiseren van verkeerslessen, zowel theoretisch als praktisch. Alle kinderen leren fietsen. Ouders zijn daar nauw bij betrokken; zij geven immers het voorbeeld voor hun kinderen.
  • Er is extra aandacht voor de veilige inrichting van de gebieden rondom scholen. Ouders worden zoveel mogelijk gestimuleerd hun kinderen te voet of per fiets naar school te brengen. Auto’sworden zoveel mogelijk geweerd uit schoolomgevingen, sportfaciliteiten en andere plekken waar veel kinderen verblijven.
  • De gemeente Amsterdam geeft in haar verkeersbeleid voorrang aan kwetsbare verkeersdeelnemers, zoals voetgangers en fietsen. Ook is er aandacht voor onderhoud en gladheidsbestrijding.
  • Snel en langzaam verkeer wordt zoveel mogelijk gescheiden.
  • Onveilig gedrag zorgt voor hinder en onbegrip bij andere weggebruikers en ongelukken kunnen dan ook niet uitblijven. Samen met politie wordt het onveilige verkeersgedrag aangepakt door handhaving, goede infrastructuur en buurtacties/campagnes. Samenwerking met buurten is hierbij essentieel.

9.4 Vervoer van personen en goederen

Openbaar vervoer

Openbaar vervoer zorgt voor milieuvriendelijk vervoer van een groot aantal mensen in en naar de stad. Het neemt veel minder ruimte in dan de auto en is op grote afstanden sneller dan de fiets. Een efficiënt en zo fijnmazig mogelijk systeem met frequente verbindingen schept een OV-systeem waar mensen op kunnen vertrouwen.

  • Bij de transformatie van het openbaar vervoer naar publiek vervoer vindt de ChristenUnie de bereikbaarheid van de minder rendabele woonwijken een belangrijk punt. Gebruik makend van nieuwe mobiliteitsvormen werken we aan een dekkende bereikbaarheid, binnen de steeds beperktere financiële mogelijkheden. De Vervoerregio is verantwoordelijk voor het openbaar vervoer, de gemeente voor andere vormen van publiek vervoer, zoals het leerlingenvervoer en de veren. De gemeente, haar inwoners en maatschappelijke organisaties zijn betrokken bij de te maken keuzes of richtlijnen.
  • Het railnetwerk is de ruggengraat van het openbaar vervoer. In 2018 is volgens de huidige verwachtingen de Noord/Zuidlijn gereed. Dit vraagt om een veranderd netwerk van trams en bussen in en rond Amsterdam. Dit houdt in dat trams van Oost naar West vaker moeten rijden en meer mensen zullen vervoeren naar metrohaltes. Er wordt gemonitord of met het ‘visgraatmodel’ ook in de praktijk mensen sneller en comfortabeler naar hun plaats van bestemming komen.
  • De ChristenUnie wil een breed onderzoek doen naar uitbreiding van het metronetwerk van Amsterdam. Er wordt gekeken naar diverse groeimogelijkheden en de kosten en baten daarvan. Voorbeelden zijn het verlengen van de ringlijn naar CS of Noord, het verlengen van de Noord/Zuidlijn naar Schiphol, het verbinden van IJburg en een nieuwe lijn van (Zuid)Oost naar (Nieuw)West (Oost/Westlijn).
  • Van en naar de regio nemen dagelijks veel mensen gebruik van het openbaar vervoer. De stations en bushaltes aan de randen van Amsterdam zijn aantrekkelijker voor overstappen naar het lokale openbaar vervoer. Hiermee wordt het drukke Centraal Station gedeeltelijk ontlast.
  • Het openbaar vervoer en de haltes zijn toegankelijk voor ouderen en gehandicapten.
  • Waar mogelijk worden combinaties met het doelgroepenvervoer gezocht (regiotaxi’s, scholierenvervoer, WMO-vervoer).
  • OV fietsverhuur op alle OV-knooppunten en inzetten van deelfietssystemen, gecoördineerd via de gemeente.
  • Sociale veiligheid in de omgeving van haltes, veren, stations en parkeerplaatsen wordt bevorderd. Pakkans bij zwartrijden wordt verhoogd. Om snelheid van in/uitstappen te bevorderen wordt de rol van de conducteurs onderzocht (bv rondlopen in tram of metro).
  • Er wordt zo mogelijk aangesloten bij digitale platforms die privaat- en publiekvervoer verbinden.
  • De kwaliteit van knooppunten zoals stations is belangrijk. Bij de inrichting van een knooppunt vormen uniformiteit, snelheid, gemak en kwaliteit de sleutel.
  • De capaciteit op het spoornetwerk rondom Amsterdam is hoog. De gemeente Amsterdam zet bij het ministerie van Infrastructuur en Milieu in op een uitbreiding van de infrastructuur op drukke trajecten in de regio en snelheidsverhoging rondom het CS.

Goederenvervoer

Goederenvervoer is nodig voor een bruisende economie, maar zorgt ook voor overlast en onveiligheid. Andersom ervaren vervoerders veel tijdsverlies door het drukke Amsterdamse verkeer.

  • Grotere vrachtwagens worden bij voorkeur geweerd uit het centrum.
  • Door vervoer via water en via slimme elektrische deelsystemen wordt de binnenstad bevoorraad en ook weer ontlast van afval.
  • Winkelgebieden (met name die in het centrum) worden aangemoedigd om gezamenlijke toelevering van producten en goederen naar de winkel op te zetten.

Personenvervoer over water, met taxi en touringcar

  • Aantal, capaciteit en bedieningstijden van de veerverbindingen over het IJ worden uitgebreid.
  • Er worden strenge milieueisen gesteld aan rondvaartboten en ponten.
  • Er wordt gezocht naar mogelijkheden om meer vervuilende boten meer havengeld te laten betalen.
  • Er is voldoende schuilgelegenheid voor wachtende passagiers van de ponten.
  • Een goed functionerend taxisysteem is een nuttige aanvulling op andere vervoermiddelen. De laatste jaren is met het invoeren van een nieuw vergunningensysteem al veel verbeterd. Toch blijven de taxi’s in Amsterdam helaas niet altijd goed functioneren. Striktere handhaving is nodig, mogelijk in combinatie met aanpassing van de regels.
  • Alleen elektrische taxi's toestemming tram- en busbanen te gebruiken. Alle taxi’s rijden in 2020 elektrisch.
  • Touringcars worden zoveel mogelijk geweerd uit het centrum.

______________________________________

Hoofdstuk 10 - Betrouwbare overheid

↑ terug naar inhoudsopgave

Waar staat de ChristenUnie voor?

Bij de ChristenUnie staat de samenleving centraal. Een samenleving die niet het werk is van de overheid, maar van mensen en maatschappelijke verbanden samen. De gemeente heeft een bescheiden rol om de samenleving te versterken en staat daarom naast Amsterdammers. Om te wijzen op de eigen verantwoordelijkheid, maar ook om mee te denken, te stimuleren en te ondersteunen waar dat nodig is. Dit vraagt om maatwerk: de een heeft die ondersteuning sneller nodig dan de ander. En voor kwetsbare mensen die het echt niet zelf of samen met anderen kunnen, biedt de overheid een vangnet.

Amsterdammers moeten een beroep kunnen doen op de overheid als hun vrijheid, veiligheid of bestaanszekerheid in het geding is. Om die reden is het goed dat de overheid op een aantal belangrijke terreinen ook grenzen aangeeft, handhaaft, normeert en kadert.

10.1 Bestuurlijk stelsel

De afgelopen jaren is met de afbouw van de stadsdelen en de centralisatie de afstand tot de overheid onnodig vergroot en beschadigd. Het nieuwe bestuurlijk stelsel moet de afstand, tussen overheid enerzijds en bewoners, bedrijven en instelling anderzijds, merkbaar gaan verkleinen. Amsterdammers willen Amsterdam op orde en verwachten dat het bestuurlijk stelsel daaraan ondersteunend is.

Het Dagelijks Bestuur van de stadsdelen wordt een verlengd bestuur en onze zorg is dat buurtspecifieke problematiek en bewonersparticipatie nog minder aandacht en prioriteit krijgen. De verbondenheid van het bestuur met vooral de wijken buiten de Ring A10 moet zichtbaar zijn.

De stadsdelen komen op grotere afstand te staan van het stadsbestuur. De vorming van stadsdeelcommissies kunnen de kloof tussen gemeentebestuur en Amsterdammer bijna onmogelijk dichten. De ChristenUnie volgt kritisch de ontwikkelingen en resultaten van het vernieuwde bestuurlijk stelsel en benut kansen om verbetering in te brengen.

Het vertrouwen in de politiek en in de overheid staat onder druk. De ChristenUnie ziet dat en neemt dat serieus. Wij zijn ervan overtuigd dat goed stadsbestuur en sterk moreel en integer leiderschap de basis vormen voor een bloeiende samenleving. Net zo belangrijk is een samenleving die zich realiseert dat een overheid niet alles kan oplossen en zelf ook verantwoordelijkheid neemt.

De ChristenUnie versterkt het vertrouwen tussen overheid en inwoners door:

  • In te zetten op goede relaties met bewoners en tussen openbaar bestuur en bewoners.
  • Eerlijk te zijn en geen beloftes te doen die niet zijn na te komen.
  • Er voor te zorgen dat politieke processen en planvorming zoveel mogelijk in de openbaarheid plaatsvinden, en dat helder is hoe de inwoners kunnen bijdragen.
  • Te streven naar een coalitieakkoord op hoofdlijnen zodat er voor alle partijen ruimte is voor invloed op beleid.
  • Het onderwerp integriteit continu aandacht te geven:
  • Raad, college en ambtenaren volgen elke twee jaar een training over integriteit zodat dilemma’s regelmatig besproken worden en cultuurverandering vorm kan krijgen.
  • De burgemeester is hoeder van de integriteit en daarmee ook vertrouwenspersoon voor raad en college. De burgemeester stelt een tweede vertrouwenspersoon aan, waarbij ervoor wordt gezorgd dat er altijd een man en een vrouw vertrouwenspersoon zijn.

10.2 De gemeente, dat zijn we samen

Betrokkenheid van Amsterdammers

De ChristenUnie wil dat inwoners zoveel mogelijk zelf verantwoordelijkheid nemen voor het eigen handelen en - samen met anderen en de overheid - de zorg voor de samenleving oppakken.

De gemeente moet op haar beurt dan wel openstaan voor initiatieven van inwoners, maar ook voor initiatieven van instellingen, bedrijven en religieuze instellingen. Vooral als die het algemeen belang op het oog hebben. Hierbij past een overheid die meedenkt, participeert, drempels verlaagt en faciliteert. Meer verantwoordelijkheid van inwoners vraagt om minder regels van de gemeente, om minder administratieve lasten en bureaucratie. Kortom, om een college en raad die durven los te laten.

De ChristenUnie wil inzetten op het meedenken van inwoners, platforms en comités voorafgaande aan beleidsvorming in de raad. (Burger-)initiatieven willen we ruimhartig verwelkomen en participatie stellen we op prijs. Wel letten we erop dat de gemeenteraad vanaf het begin heel duidelijk is over de ruimte die er is voor burgerparticipatie.

Inwonerpeilingen, experimenten met nieuwe vormen van vertegenwoordiging en andere manieren om inwoners te betrekken bij de besluitvorming moeten aanvullend zijn op het mandaat dat via de verkiezingen door de inwoners is gegeven. Juist bij belangentegenstellingen is het de gemeenteraad, die als hoeder van het algemeen belang, knopen doorhakt. Het lokaal bestuur blijft eindverantwoordelijk.

Raadgevende referenda zijn geen oplossing bij complexe politieke vraagstukken. Het feit dat de uitslag niet bindend is, levert verwarring en ontevredenheid op. En bovendien: raadsleden zijn gekozen om zorgvuldig alle belangen af te wegen en weloverwogen besluiten te nemen. Laat hen het werk doen waar ze mandaat voor gekregen hebben.

Samenwerking met Amsterdammers

De gemeente heeft een aantal belangrijke kerntaken, zoals veiligheid, (jeugd-)zorg, maatschappelijke ondersteuning, ruimtelijke ordening en duurzaamheid. Zelfs bij die taken waar zij een primaire verantwoordelijkheid heeft, zoekt zij steeds zoveel mogelijk samenwerking met de samenleving (inwoners, bedrijven, organisaties, kerken, scholen enzovoort).

De ChristenUnie waardeert het eigene van wijken. De gemeente moet alle mogelijkheden benutten om bewoners van buurten (wijken) te betrekken bij zaken die hen raken. De ChristenUnie gaat voor specifiek wijkenbeleid. Wijken of buurten krijgen eigen verantwoordelijkheid, ondersteund met eigen budgetten. De kracht van de buurt en aandacht voor gebiedsbelangen is daarbij uitgangspunt. Buurtplatforms, wijkorganen en verenigingen worden gefaciliteerd om hun vertegenwoordigende rol te kunnen vervullen. 

  • Ruimte voor inwoners die met een eigen budget verantwoordelijkheden op zich nemen (bijv. in bewonersgroepen) op het gebied van duurzaamheid, energie, zorg, lokale economie of wijkbeheer.
  • Mensen die (burger-) initiatieven indienen worden niet van het kastje naar de muur gestuurd. De gemeentelijke organisatie hanteert hiervoor een eenvoudig systeem/loket.
  • Meer vertrouwen, minder regels: Elk jaar komt het college met voorstellen voor regels die geschrapt, vereenvoudigd of samengevoegd kunnen worden.
  • Geen raadgevende referenda, maar wel vroegtijdig open en eerlijk burgers betrekken bij beleidskeuzes en/of grote ontwikkelingen.
  • Heldere procesafspraken bij burgerparticipatie.

Contact tussen gemeente en Amsterdammers

De gemeentelijke communicatie moet worden opgezet vanuit de behoefte van de Amsterdammer en ondernemer. Hierbij wordt ook de behaalde resultaten van het gemeentebestuur beter voor het voetlicht gebracht: het moet duidelijk zijn wat de gemeente doet met het gemeenschapsgeld.

Veel correspondentie tussen gemeente en bewoners gebeurt digitaal. Dat is niet voor iedere Amsterdammer begrijpelijk en hanteerbaar. Een flink aantal inwoners is digibeet, analfabeet of heeft geen toegang tot computer of internet. Daarom is en blijft persoonlijk contact en/of ‘gewone’ briefpost noodzakelijk.

Raadsleden en/of wethouders hebben regelmatig een vrij toegankelijk inloopuur in het wijkcentrum of andere centrale plek in de wijk en via chat of online spreekuren.

  • De bereikbaarheid en dienstverlening van de gemeente zijn hoge prioriteit waar persoonlijk contact centraal staat. Heldere communicatie en afspraakvastheid zijn hier cruciaal.
  • Openingstijden, contactmomenten en wijkbijeenkomsten zijn meer afgestemd op de behoefte van de (werkende) Amsterdammer.
  • Het telefoonnummer 14020 wordt een gratis nummer totdat snelheid en kwaliteit van beantwoording acceptabel is.
  • De gemeente gebruikt bij schriftelijke communicatie met inwoners eenvoudig Nederlands (taalniveau B1) en Engels vanwege het internationale karakter van Amsterdam.

10.3 Financiën

Van de gemeente verwachten wij dat zij een betrouwbare, goede rentmeester is van de beschikbare middelen. Structurele uitgaven, zoals voor wegen en onderwijshuisvesting, moeten kunnen worden betaald uit vaste inkomsten. Alle inwoners betalen mee, hetzij via de afdracht van de rijksoverheid, hetzij via de gemeentelijke belastingen zoals de Onroerende Zaak Belasting (OZB). Uiteraard is er voor mensen met weinig financiële draagkracht maatwerk mogelijk.

In de afgelopen jaren is het takenpakket van de gemeenten flink uitgebreid. Hierbij zijn de financiële risico’s toegenomen. De mogelijkheden deze op te vangen zijn gericht op efficiëntievergroting door integraal de taken die de gemeente heeft op sociaal gebied, in de openbare ruimte en op het terrein van veiligheid in te vullen. Daarmee is de noodzaak versterkt om alle risico's beter in beeld te brengen en te beheersen. Toekomstige generaties mogen niet worden opgezadeld met de gevolgen van slecht (financieel) beleid van hun voorgangers.

Politiek is kiezen

Het begint allemaal met het inzichtelijk maken in de begroting en jaarrekening welke prestaties voor de beschikbare financiën worden uitgevoerd en zijn gerealiseerd. Publieke middelen zijn per definitie schaars; er zijn altijd meer wensen dan er geld beschikbaar is. De gemeenteraad moet zorgvuldig de verschillende wensen, noden en belangen kunnen afwegen. Bij bezuinigingen moeten de posten die te maken hebben met de nood van individuele burgers, zorg, veiligheid, beheer en onderhoud van bestaande voorzieningen worden ontzien. De begroting en jaarrekening moeten zijn gericht op transparantie en betere vergelijkbaarheid met andere gemeenten.

De gemeente koopt duurzaam en circulair in. Keuzes en resultaten zijn meetbaar. De gemeente als ambtelijke organisatie moet blijven werken aan doelgerichtheid en efficiëntie. Onafhankelijke onderzoeken van Rekenkamer of Ombudsman leveren veel waardevolle informatie op voor college en raad. Voor burgers is de Ombudsman soms hun enige toevlucht om door de bureaucratie heen te breken.

  • De ChristenUnie is voor experimenten met burgerbegrotingen waarbij het budgetrecht van de raad overeind blijft.
  • De lokale lastendruk stijgt in principe niet meer dan de inflatiecorrectie.
  • De dienstverlening van de gemeente (o.a. leges) zijn zover mogelijk kostendekkend en uitlegbaar bij differentiatie. Bij inkoopbeleid in Amsterdam zijn duurzame criteria een harde eis (fair trade, social return on investment, maatschappelijk verantwoord ondernemen en door het mogelijk te maken dat (zorg)inkooporganisaties cao-lonen kunnen volgen.)
  • Bezuinigen door kritisch te zijn op het bekostigen van prestigeprojecten, subsidiëren van organisaties en activiteiten die ook met privaat geld kunnen worden bekostigd en de inhuur van externe projectmanagers, adviesbureaus e.d.

10.4 Privacy en bescherming van persoonsgegevens

Voor een goede vervulling van de toegenomen wettelijke taken en verplichtingen heeft de gemeente de beschikking over veel gevoelige persoonsgegevens. Het koppelen van gegevens is nodig om snel de juiste zorg te kunnen leveren. Onduidelijke privacyregels leiden ertoe dat zorgverleners de veilige kant kiezen en daarmee goede hulpverlening in de weg staan.
Voor het vertrouwen in de overheid is het tegelijk van het grootste belang dat zorgvuldig met deze gegevens wordt omgegaan. Amsterdammers hebben daar recht op: het recht op bescherming van persoonsgegevens is een grondrecht en moeten daarom goed geïnformeerd zijn over wat er met hun gegevens gebeurt.

De belangrijkste regels voor de omgang met persoonsgegevens zijn neergelegd in de Wet bescherming persoonsgegevens (WBP) en verder uitgewerkt in o.a. de WMO en de Jeugdwet. Vanaf 25 mei 2018 geldt in alle EU-lidstaten één privacywet: de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Deze wet legt de gemeente de verplichting op om aantoonbaar alles in orde te hebben voor wat betreft de bescherming van persoonsgegevens.

  • De gemeente stelt heldere privacystatements op.
  • De gemeente stelt op concernniveau een Functionaris Gegevensbescherming aan, die intern toezicht houdt op de naleving van privacywetgeving. Elk cluster krijgt een eigen privacy officer, bij voorkeur geen externe, zodat kennis en continuïteit geborgd blijft.
  • Binnen de gemeente wordt een ‘veilige meldcultuur’ gecreëerd, dat betekent dat medewerkers geen schroom voelen om datalekken te melden aan hun leidinggevende. Op elk aan de Autoriteit Persoonsgegevens gemeld datalek wordt een grondoorzaakanalyse uitgevoerd, zodat geleerd kan worden van datalekken (en voorkomen).
  • De gemeente is uiterst zorgvuldig bij Big Data-projecten of koppelen van databases met persoonsgegevens. Wanneer een dergelijk project vanuit privacy-optiek risicovol is, wordt voorafgaand een Privacy Impact Analyse uitgevoerd.
  • De gemeente zorgt ervoor dat de communicatie van gevoelige persoonsgegevens met ketenpartners gebeurt via een veilige e-mailvoorziening. Elke medewerker van de gemeente die gevoelige persoonsgegevens verwerkt volgt een privacytraining of heeft een dergelijke training gevolgd.
  • Medewerkers in het sociaal domein ontvangen werkinstructies om een zorgvuldige omgang met gevoelige persoonsgegevens te waarborgen. Het vergroten van het privacybewustzijn in de gemeentelijke organisatie is een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden van de privacy officer en/of de Functionaris voor Gegevensbescherming.
  • Medewerkers in het sociaal domein wijzen cliënten zowel schriftelijk als mondeling op hun rechten op het gebied van privacy.
  • Niet de angst voor boetes, maar een intrinsieke motivatie om zorgvuldig om te gaan met persoonsgegevens is de basis voor het voldoen aan privacywetgeving.