'Het is broodnodig om de Verlichting grondig te overdenken'

spinoza3.jpg
CU logo onder elkaar blauw (1)
Door ChristenUnie Amsterdam op 21 februari 2022 om 06:21

'Het is broodnodig om de Verlichting grondig te overdenken'

Dr. Ruben Endendijk over Spinoza

Vlak voor het stadhuis, aan de Zwanenburgwal, prijkt fier het standbeeld van de Amsterdamse filosoof Benedictus (of Baruch) de Spinoza (1632 – 1677). Eeuwenlang werd Spinoza gehuldigd als het boegbeeld van vrijheid en tolerantie, idealen waar onze stad graag haar evenbeeld in ziet. Maar wat is nu werkelijk de erfenis van deze invloedrijke denker? Ter gelegenheid van Spinoza’s 345e sterfdag sprak ChristenUnie Amsterdam met filosoof Dr. Ruben Endendijk.

Hoe ben je met Spinoza in aanraking gekomen?

Tijdens mijn studie heb ik mij enige tijd beziggehouden met het denken van de Franse filosoof Gilles Deleuze, taaie kost. Zijn denken staat in zijn geheel op Spinozistische fundamenten en om het beter te begrijpen ben ik Spinoza gaan lezen. Die lectuur is enigszins uit de hand gelopen en heeft geresulteerd in een proefschrift waarin ik Spinoza’s houding ten opzichte van waanzin behandel.

Hoe belangrijk is volgens jou de bijdrage geweest van Spinoza's filosofische werk voor de Verlichting?

Spinoza wordt vaak samen met Descartes de oervader van de Verlichting genoemd (alhoewel ik denk dat de Verlichting eerder begint, bij mannen als Galilei en Bacon), en zijn rol binnen het Verlichtingsproject is niet te onderschatten. De charme van zijn denken ligt in de durf om met een geheel nieuw godsbegrip de wereld vorm te geven. Hij haalt God van zijn transcendente troon, en stelt hem gelijk aan de immanentie van de natuur (Deus sive Natura, God of de Natuur). Het Spinozistische godsbesef is niets anders dan dit: door middel van het verstand de mathematische en oorzakelijke samenhang van de natuur begrijpen. Ethiek, moraal en wet worden vanaf Spinoza niet meer vanuit gene zijde ingefluisterd, maar kunnen in zijn geheel op rationeel-naturalistische wijze verklaard en opgelegd worden.

Als één van de meest ontwikkelde Westerse landen, waar de idealen van de Verlichting misschien wel het verst zijn doorgedrongen, wat is volgens jou de oogst van deze filosofische stroming?

Wij zijn de Verlichting, het zit in iedere vezel van ons bestaan. Het is mijns inziens niet een stroming die in meer of mindere mate invloed heeft, maar eerder een collectieve mentaliteit die als volstrekt natuurlijk en vanzelfsprekend wordt beschouwd. Klassieke verlichtingsidealen als rationaliteit, gelijkwaardigheid, vooruitgang, etc,. zijn een soort natuurconstanten geworden die door politiek, media en wetenschap als gegeven worden beschouwd. En natuurlijk varen wij daar relatief wel bij: we zijn autonome min of meer vrije burgers die alle mogelijkheid hebben tot zelfontplooiing. Het Kantiaanse dictaat Sapere Aude is in deze tumultueuze en polemische tijd levendiger dan ooit (hoewel menigeen haar grondig misbruikt), en de middelen om jezelf zoals dat heet te “verheffen” zijn in de vorm van internet en andere nieuwe technologie voor iedereen voorhanden. Toch denk ik dat we een grens aan het bereiken zijn, ondanks deze verworvenheden die we op waarde moeten schatten en koesteren.

Spinoza staat onder Nederlanders bekend als een aimabele filosoof, maar in zijn tijd was hij erg controversieel. In december kwam de rabbijn van de Portugees-Israëlitische Gemeente, Joseph Serfaty, in opspraak nadat hij Spinozakenner en hoogleraar Yitzhak Melamed de toegang tot de synagoge ontzegde vanwege een eeuwenoude banvloek die nog altijd van kracht is. Begrijp je de religieuze reserve t.o.v. Spinoza?

Ik vind deze rel erg vermakelijk, men heeft de geschiedenis dunnetjes overgedaan: de ene partij beroept zich op de dogmatiek, de andere op axioma’s. En hier hebben we gelijk de wortel van het probleem vast: in hoeverre kunnen we gelovigen dwingen hun dogmatiek te relativeren? Waarom vragen we hen de eigen stoelpoten door te zagen? Ik denk dat daar de wrevel vandaan komt. Daarbij wil ik benadrukken dat Spinoza maar al te vaak als een seculier natuurpriester op het schild gehesen wordt, en dat we vooral niet mogen twijfelen aan zijn leerstellingen. Een mathematische dwaling wordt een transgressie, irrationaliteit een ziekte. Spinozisten en andere rationalisten die religieus fanatisme zeggen te bestrijden, zien hun eigen fanatisme vaak niet (wij kennen allen het beeld van een schuimbekkende Dawkins). En dit gaat – zij het in mindere mate – ook op voor Spinoza zelf, wellicht omdat hij de grimmige aspecten van Joodse en Christelijke orthodoxie aan den lijve heeft ondervonden. Zo kan hij – met name in Theologisch-Politiek Traktaat – bij vlagen buitengewoon vijandig en polemisch uit de hoek komen.

Is het tijd om de erfenis van de Verlichting enigszins te herevalueren in het licht van de moderne samenleving?

Het is broodnodig om de Verlichting grondig te overdenken! Ik moet de laatste tijd vaak aan deze zin van Nietzsche denken: “het schrilste daglicht, de rationaliteit tot elke prijs; het leven helder, kil, voorzichtig, bewust […]”. Hoeveel Verlichting kunnen wij aan? Kunnen wij het wel verdragen wanneer alles onder een felle zon zichtbaar wordt? Zijn er nog schaduwrijke plekken over waar Goden kunnen wonen? Met de heiligverklaring van de rationaliteit is er een mondiale technocratie ontstaan waarvan we ons kunnen afvragen of – en misschien is al te laat – we daar wel in willen leven. Deze schaduwkant van de Verlichting wordt mijns inziens goed verwoord door de Duitse socioloog Max Weber die stelt dat de zogenaamde “onttovering van de wereld” in de eerste plaats inhoudt dat er een rotsvast vertrouwen bestaat dat we de wereld – en de mysteriën die zij omvat – uiteindelijk rationeel zullen ontsluiten. Willen wij in een volledig verklaarbare en voorspelbare wereld leven? Dát is de vraag die ons collectief bezig zou moeten houden. Ik vraag retorisch: wat onderscheid ons mensen van het dier? Niet de rationaliteit (ook een ekster begrijpt delen van zijn bestaan), maar het feit dat wij hongeren en dorsten naar Goden en Mythes. Spinoza en zijn navolgers – het moet gezegd worden – hebben een zeer scherpe bijl aan de wortel van onze verbeelding gezet.

EndendijkRuben Endendijk (1986) promoveerde in 2021 aan de Universiteit van Aberdeen op een proefschrift over de rol van waanzin in Spinoza’s denken en de vroegmoderne filosofie in het algemeen. Momenteel ben is hij bezig met een boek waarin hij een normatieve cultuurhistorische analyse maakt die de rol van het lijden in ons tijdsgewricht tracht te onderzoeken. Meer informatie: www.rubenendendijk.nl 

Deel dit bericht